De inname van Koningsbosch (THE CAPTURE OF KONINGSBOSCH)

Onderstaand verhaal betreft een vertaling van een passage (pag. 88-95) uit het boek

The Battle for the ROER TRIANGLE: De slag om de ROER DRIEHOEK,

Operatie Blackcock – januari 1945 dat is geschreven door Har Gootzen en Kevin Connor

Met toestemming van deze schrijvers volgt hier een vertaling van en aanvullingen bij het in dit boek weergegeven verhaal over de inname van Koningsbosch. De vertaling is geschreven door Wim Dijcks en Har Gootzen, ter gelegenheid van de oprichting van het herdenkingsmonument bij de kerk op 25 januari 2009.

In de vertaling is een aantal cursieve toevoegingen gedaan en zijn enkele illustraties opgenomen om het verhaal te verhelderen en te verlevendigen.

 

 

Volgens het oorspronkelijke plan voor operatie Blackcock zou de 155ste Brigade van de Schotse 52ste Lowland Divisie en de 8ste Pantserbrigade via de hoofdweg Sittard-Susteren-Schilberg (via de Rijksweg) richting Koningsbosch oprukken. Beide brigades stonden tijdelijk onder commando van de 7de Britse pantserdivisie, de “Desert Rats”. De verovering van het gebied Koningsbosch-Waldfeucht-Bocket werd aangeduid met codenaam Fase Bear (“Beer”). Via Koningsbosch zou de 155ste Brigade vervolgens weer zuidwaarts oprukken om zo de Duitse troepen langs Saeffeler Bach in de rug aan te vallen en een doorbraak van de rest van de Schotse divisie nabij Höngen te vergemakkelijken. De opmars van de Schotten via Susteren en Pey liep echter ernstige vertraging op door hevige tegenstand van de Duitse troepen en het barre winterweer. Daardoor werd besloten de doorbraak over de Saeffeler Bach al op 18 januari te forceren, één dag voordat Koningsbosch uiteindelijk zou worden ingenomen en zonder steun van de 155ste brigade. De legerleiding voorzag anders een ongewenste uitloop van de operatie met alle nadelige gevolgen van dien.

De aanval op de Duitse troepen in en rond Koningsbosch zou vanaf twee kanten plaatsvinden. Het dorp zou zowel via de noord- en zuidkant door een met tanks ondersteund infanteriebataljon van de Schotse divisie worden ingenomen. Hiervoor waren twee tankbataljons van de 8ste (onafhankelijke) pantserbrigade beschikbaar om de infanterie te ondersteunen. De route richting de noordkant van Koningsbosch werd als de “rode” route aangeduid en verliep via de hoofdweg tussen Pey en Echterbosch (Brugweg, Pepinusbrug en Waldfeuchterbaan). De route richting de zuidkant van het dorp kreeg de code “zwarte” route en verliep via het drassig gebied bij de Slek langs de weg naar Koningsbosch (via de Haselaarsweg).

De hoofdmacht van de “rode” colonne bestond uit een infanteriebataljon van de Royal Scots (7/9e RS) en een tankbataljon van de Royal Hussars (13/18e Hussars). De colonne was verder aangevuld met een aantal vlegeltanks, een viertal speciale genietanks voor onder andere het leggen van schaarbruggen, een afdeling van de 129ste Anti-Tank batterij en een peloton geniesoldaten (262ste Royal Engineers) .

Figuur: Een vastgelopen vlegeltank ergens tussen Slek en Koningsbosch. Een vlegeltank was bedoeld voor het vegen van mijnen. Kettingen (vlegels) aan een ronddraaiende wals sloegen met grote kracht op de grond en brachten de mijnen tot ontploffing.

 

De hoofdmacht van de zwarte colonne bestond uit het 4de infanteriebataljon van de Kings’s Own Scottish Borderers (4e KOSB) en een tankbataljon van de Dragoon Guards (4/7e  DG). De colonne was verder versterkt met één compagnie van het Kings Royal Rifle Corps (12th KRRC), een aantal vlegeltanks, een peloton van de 262e  Royal Engineers, en de resterende kanonnen van de 129e Anti-Tank Batterij.

Daarnaast was een derde “bruine” route gepland, parallel aan de “rode” route. De eenheden die via deze route zouden oprukken, moesten bescherming bieden voor tegenaanvallen vanuit nog onbevrijd gebied tussen Pey en Sint Joost, waar nog een hevige strijd woedde. De ”bruine” colonne werd gevormd door een aantal lichte verkenningstanks (Honey’s), een zestiental tanks van de Royal Hussars, en één compagnie van de King’s Royal Rifle Corps met antitank geschut.

De resterende eenheden van de 155ste Brigade vormden de reserve troepen, de “groene” colonne.

In de onderstaande afbeelding zijn de marsroutes voor de colonnes aangegeven.

 Figuur: Situatieschets van het gebied rond Koningsbosch

 

De Borderers en de tanks van de Dragoon Guards begonnen in de namiddag van 18 januari via de “zwarte” route met hun opmars richting Koningsbosch. Gedurende de dag was de vijand in de Slek door de Borderers verdreven. Door ernstige opstoppingen op de hoofdweg (Rijksweg) en omdat rond de kruising Schilberg-Pey nog hevig werd gevochten, was het voor de “rode” colonne op dat moment nog niet mogelijk op te rukken. Gewacht moest worden op de ontwikkelingen op 19 januari in de hoop dat de kruising dan wel stevig in handen zou zijn van de Britten.

Onder bescherming van de duisternis waren de Borderers via de zwarte route over de Pepinus Beek opgerukt. Door de toestand van de wegen waren al verschillende tanks in het donker in het moeras vast komen te zitten of ze waren op mijnen gelopen. De B en C compagnieën van de Borderers bereikten die avond de bossen rond “Aan de Popelaar”, en groeven zich hier in voor de nacht. Dit gebeurde allemaal onder hevig mortier- en kanonvuur van Duitse zijde. Minstens drie Sherman tanks van de Dragoon Guards werden door vijandelijk vuur uitgeschakeld in de oosthoek van het bos.

 

Tom Radcliff maakte deel uit van de 4e KOSB, hierboven genoemd.
Hij is een van de gesneuvelden bij de opmars van de KOSB naar Koningsbosch op 19 januari 1945. Hij was toen 28 jaar oud.
Hij ligt begraven in graf F8 van het Commonwealth War Graves te Ophoven Sittard.

Tom Radcliff is geboren in Washbrook, gemeente Chadderton in Lancashire.
Toms jonge weduwe Eva is in 2006 overleden.

Tom en Eva hadden een zoon en een dochter:
Peter en Eileen.
Op herdenkingsdag, 11 november 2007 waren Peter en Eileen de eregasten op de begraafplaats in Ophoven, Sittard.

 

Foto en gegevens uit Maas & Mijn, november 2007

 

 

In het holst van de nacht worden twee verkleumde soldaten van de Borderers tijdens een dichte sneeuwstorm verrast door een Duitse patrouille. De Duitsers zijn blijkbaar zonder het zelf te weten door de Schotse stellingen geïnfiltreerd. De geschrokken Schotse soldaten worden naar een nabijgelegen stelling met een aantal houten bunkers en schuilplaatsen meegenomen. Maar ook de Duitsers zijn geschrokken, want dat zich op een paar honderd meter afstand van hun positie twee Schotse compagnieën bevonden hadden ze niet verwacht. De stelling wordt in allerijl ontruimd. De twee krijgsgevangen Schotse soldaten die door de Duitse patrouilles die nacht gevangen waren genomen, werden 3½ maand later bij de bevrijding van het krijgsgevangenenkamp te Fallingbostel in Duitsland teruggevonden. Pas toen werd duidelijk dat zo’n 300 Schotse en Duitse soldaten zonder het te weten een groot deel van de nacht op steenworp afstand van elkaar hadden doorgebracht. Verslagen van de Britse Militaire Inlichtingendienst maakten al melding van een Duitse artilleriestelling in dit gebied en het is dan ook bijna zeker dat de Borderers op een inderhaast ontruimde geschutlinie waren gestoten. De beschrijving van goed uitgeruste bunkers suggereert bovendien dat het hier om een goed voorbereide stelling handelde die daar al voor betrekkelijk langere tijd had gelegen.

Uit gesprekken met inwoners van Koningsbosch is gebleken dat het commando hoofdkwartier voor alle (Duitse) troepen in het gebied Koningsbosch gelegerd was op de Swaantjeshof. Waarschijnlijk opereerde een Pantserinfanteriegroep vanuit het gebied rond Koningsbosch om bescherming te bieden aan vooruitgeschoven geschutslinies zoals die in het bos rond “Aan de Popelaar”.

Figuur boven: Embleem van de King’s Own Scottish Borderers (“Borderers”).

Bij het aanbreken van de dag waren de A en D compagnieën van de Borderers eveneens in de bossen rond Koningsbosch gearriveerd. Vanuit de stellingen van de B en C compagnieën  trokken de Borderers vervolgens op naar het dorp. Zo’n driehonderd  soldaten plus pantservoertuigen voerden gelijktijdig een aanval uit op het dorp. De aanval van de A Compagnie was gericht op de kruispunten ten noorden van Koningsbosch en verliep snel en voorspoedig. In een  hevige sneeuwbui werden zeker 40 Duitse soldaten krijgsgevangen genomen en werden twee mobiele geschutten (SturmGeschütze) veroverd op de volledig verraste Duitsers. De opmars verliep zo snel dat de commandant van de Schotten zelfs in allerijl het geplande eigen artillerievuur moest afgelasten om niet door eigen granaten geraakt te worden. De D compagnie, gesteund door de “zware mitrailleur” compagnie (oftewel S compagnie) van de Borderers drong door tot in het dorp zelf en zuiverde in rap tempo de kern van Koningsbosch. Al om 09.00 uur hadden  de Borderers  de westelijke kant van Koningsbosch stevig in handen.

De Schotse aanval werd gehinderd door een reeks uitzonderlijk dichte sneeuwbuien. Elke beweging in het dorp van Schotse soldaten werd beantwoord  met  artillerievuur van een Duits 88mm kanon. Hierdoor werd een aantal Sherman tanks en Kangaroos uitgeschakeld. Het kanon bleek van een gevreesde Tigertank die vanaf de “Swaantjeshof” in oostelijk richting van Koningsbosch vuurde, over de weg richting “Aan de School”. (Die weg is uiteraard de Prinsenbaan Noord en Aan de School is het langwerpig huis met nummer 38, naast de huidige boerderijwinkel Paulissen).

Zowel de Britse als Duitse tanks waren voorzien van een witte camouflagekleur en in de verwarring van het gevecht was het dan ook moeilijk uit te maken bij welke kant de tank hoorde. Inmiddels was al bekend dat de rest van de Lowland divisie nabij Höngen door de Duitse linies langs de Saeffeler Bach was gebroken. Dus mogelijk konden de eerste Britse tanks vanuit het zuiden al worden verwacht.

Figuur: Een Tiger Tank van het 301ste zware tankbataljon wordt gereedgemaakt voor actie aan het Roerfront. Het 301ste tankbataljon was ook in en rond Koningsbosch actief. De Tiger tank hier is gefotografeerd in november 1944 nabij Geilenkirchen. De Tiger I en zijn latere versie, de Tiger II of Königstiger waren de meest gevreesde Duitse tanks. Uiterst doeltreffend door het 88mm geschut (let op de zeer lange loop). Hij was zeer zwaar bepantserd en woog maar liefst 55 ton. Vanaf grote afstand kon hij elke andere tank van de geallieerden uitschakelen. Deze tanks behoorden tot de meest kostbare panzerreserves van het Duitse leger en werden alleen ingezet als het echt noodzakelijk werd gevonden.

In een poging om vast te stellen of een onbekende tank in het dorp Brits of Duits was gooide de commandant van de D Compagnie, majoor Rae, vanuit het huis waar hij dekking had gezocht een rookgranaat op straat. De gele rook van de granaat werd al snel door de tankbemanning opgemerkt. Het kanon van de onbekende tank draaide langzaam in zijn richting. Na een oorverdovende knal boorde een 88mm projectiel zich door de muur van het huis heen, op ongeveer een meter boven zijn hoofd. Dit was dus overduidelijk een Duitse Tiger tank. In de "after-action" verslagen wordt zelfs gesproken van een kanon zo groot als een lantaarnpaal dat zich richting de Schotse stellingen bewoog. Ietwat overdreven, maar dit geeft wel aan welke indruk de Tiger maakte op de geallieerde soldaten. Zo kregen de Borderers in het dorp gedurende de dag een aantal tegenaanvallen met vier tot vijf Tiger tanks te verduren. Tegen vier uur in de middag waren de Schotten in bezit van het grootste deel van het dorp.
 

figuur: In Koningsbosch lukte het niet om de jagende Tigers uit te schakelen. Dat lukte wel tijdens de daaropvolgende slag om Waldfeucht. Hier poseren Schotse soldaten bij één van twee uitgeschakelde Tiger tanks tussen Koningsbosch en Waldfeucht.

 

De C Compagnie van de Borderers trok door de posities van de D & S compagnieën in Koningsbosch en stootte in zuidelijke richting door om de posities in het centrum van Koningsbosch te consolideren. In zijn boek “With the Jocks” (”Bij de Schotten”) vertelt Peter White het aangrijpende verhaal van deze dag in Koningsbosch en van de nachtelijke patrouille naar Aan de School voorbij Swaantjeshof. Peter White’s peloton sloeg voor de nacht van de 19de januari zijn “bivak” op in het café op de hoek tegenover de kerk.
(Op de hoek lag het café van Sjang Nelissen, tot dec 2007  slagerij Nelissen).

Vanaf het moment dat de Borderers vaste voet aan grond kregen in het dorp, bleven de Duitse tegenaanvallen beperkt tot hevig mortiervuur, artillerievuur en sporadisch gericht vuur vanaf tanks en SturmGeschützen. De huizen waarin de Schotten dekking hadden gezocht boden voldoende beschutting waardoor de verliezen beperkt bleven. In totaal werden ongeveer 150 Duitse soldaten gevangen genomen in en rond Koningsbosch.

In de ochtend van de 19de januari was de “rode” colonne inmiddels ook in Koningsbosch. Aangezien het kruispunt bij Schilberg en Pey op dat moment nog altijd in Duitse handen was en omdat er door de Duitsers een wegversperring bij de Pepinusbrug was opgeworpen, werd besloten dat de Royal Scots en de Royal Hussars eveneens de zwarte route richting Klooster Lilbosch zouden volgen. Vanaf Lilbosch zou dan de rode route weer worden gevolgd. Net voor het middaguur van de 19e kreeg de colonne in het Bolven een tegenaanval te verduren van Duitse infanterie gesteund door een aantal SturmGeschütze. De Royal Scots zetten een aanval in op Klooster Lilbosch. Rond de gebouwen van het klooster werd tot laat in de namiddag van de 19de januari hard gevochten. Ondersteuning van tanks van de Royal Hussars was vanwege de drassige bodem niet mogelijk. Later in de namiddag kwam de A compagnie van het 5de bataljon van de King’s Own Scottish Borderes de Royal Scots te hulp. In en rond het klooster werden op de 19de uiteindelijk 16 Duitse soldaten krijgsgevangen gemaakt.

De dag ging over in avond en de Schotse soldaten begonnen zich voor de nacht in te graven en stelling te nemen in en rond het klooster. Al snel kwamen ze onder gericht vuur te liggen van kanonnen in het bosgebied in de richting van Koningsbosch. Twee boeren uit het gebied die eerder die dag ondervraagd waren, beweerden dat er de vorige dag meer dan honderd man Duitse infanterie in het Klooster Lilbosch aanwezig waren.
Die zouden zich in oostelijke richting hebben teruggetrokken. Onheilspellend werd het kanonvuur luider en intensiever en de fluitende granaten sloegen om de paar minuten in op en rond de gebouwen van het klooster. Vooral de posities van het 5de bataljon Borderers kregen het zwaar te verduren. Het 7de peloton van de Borderers kreeg de volle lading van het Duitse artillerie spervuur over zich heen. Een Duits kanon vuurde over de weg langs het klooster
(Patersweg) en de bijgebouwen op de Schotse posities.
De boerderijgebouwen stonden inmiddels nagenoeg allemaal in brand. Ondertussen bleven de Britse tanks angstvallig in dekking opgesteld. Ze konden het vijandelijke vuur niet beantwoorden uit vrees dat het silhouet van hun tanks tegen de brandende gebouwen een gemakkelijke schietschijf zou vormen.
Rond acht uur in de avond van de 19de januari, meldde één van de vooruitgeschoven tanks van de Dragoon Guards dat Duitse infanterie over de hoofdweg optrok in de richting van de boerderijgebouwen bij het klooster.
De Duitse soldaten riepen luid dat de Schotten zich maar beter konden overgeven in plaats van weerstand te bieden. Het roepen van de Duitsers werd door de Schotten beantwoord met een aantal vuurstoten uit een Brengun machinegeweer. Een aantal Duitse soldaten werd geraakt maar de rest bleef oprukken naar de  boerderij, recht op de posities van het 9de peloton af.
De Duitse soldaten waren klaarblijkelijk nog niet onder de indruk en gooiden handgranaten en schoten door de ramen naar binnen. Toch slaagden ze er niet in de boerderij binnen te dringen. Op een aantal plekken rond het klooster ontstonden vuurgevechten. Het 8ste peloton was inmiddels in gevecht geraakt met enkele groepjes Duitse soldaten die langs de muur van het klooster in hun richting kropen. Na een korte wisseling van schoten werden zes Duitse soldaten gedood. De rest ging er vandoor.

Inmiddels stonden meer gebouwen rond het klooster in brand. Ook hadden de Duitsers zware Spandau machinegeweren en antitank geschut in stelling gebracht om de aanval op de buitenmuren rond het klooster in te zetten.

figuur boven:
Stille getuige: oorlogsschade van granaatinslagen aan Klooster Lilbosch.
 

Tijdens een van de vijandelijke aanvallen die nacht, bleef een van de Schotse soldaten (private Munro) buiten de hoofdingang vanaf zijn machinegeweerstelling de Duitse soldaten onder vuur nemen. Zeker een half uur lang hield hij de Duitsers op afstand voordat hij door een gericht schot werd gedood. De stelling werd onmiddellijk overgenomen door een collega (private Butler) die er bijna in zijn eentje in slaagde de aanval op de hoofdingang af te slaan.

Rond 10 uur in de ochtend van 20 januari kwam vanuit het hoofdkwartier van het 5de bataljon Borderers in Slek het bericht om zich terug te trekken uit de omgeving van klooster Lilbosch. Net op dat moment was de rust wedergekeerd en hadden de Duitsers besloten zich na veel verliezen terug te trekken. Het 5de bataljon Borderers trok zich terug op de Slek om zich vervolgens via Sittard weer bij de rest van de divisie te voegen. Verder optrekken langs de rode route was geen optie gezien de tegenstand die werd ondervonden. Er waren Duitse versterkingen aanwezig in het gebied, die bovendien werden ondersteund door SturmGeschütze. Hiermee controleerden ze de hele weg. De Duitsers hadden tot dusver een behoorlijk grote strijdlust getoond want de soldaten sprongen zelfs uit hun schuilplekken langs de paden om zich als een bliksemschicht tussen de colonnevoertuigen te begeven en mijnen te strooien. En even snel als ze verschenen voordat de Schotten konden reageren, doken deze durfallen weer in de bosjes en waren ze verdwenen.

Oversteken van de Pepinusbeek was op dat moment nagenoeg onmogelijk. Toch slaagde één Eskadron tanks van de Royal Hussars er in zich een weg over de beek heen te banen. Maar de tanks hadden de beek nog niet gepasseerd of er verscheen als uit het niets een SturmGeschütz vanaf de bosrand. Vier van de zestien Sherman tanks werden door het ene Duitse geschut uitgeschakeld. Blijkbaar hadden de SturmGeschütze minder last van de glibberige ondergrond dan de Britse tanks die nauwelijks konden manoeuvreren. De uitgeschakelde Shermans blokkeerden de weg waardoor een verdere opmars uitgesloten was. Er werd de hele dag zonder resultaat geprobeerd om over de modderige weg verder te trekken. Om vooruit te komen waren de eenheden van de “rode” colonne gedwongen om een andere route te vinden. Maar daar was nu alle tijd voor, want Koningsbosch was inmiddels stevig in handen van de Schotten. In de nacht van 19 op 20 januari was bovendien contact gemaakt tussen het 4de bataljon Borderers in en rond Koningsbosch en een bataljon van de Royal Scots Fusiliers dat Koningsbosch inmiddels vanuit het zuiden via Höngen had bereikt.  De 155ste Brigade kwam weer onder bevel van de 52ste Lowland Divisie.

De C compagnie van het 4de bataljon Borderers trok op naar Aan de School om een startpunt voor het 5de bataljon Borderers richting Waldfeucht veilig te stellen. Een nachtelijke patrouille had al uitgewezen dat dit gebied niet langer bezet was, en dat de vijand zich al teruggetrokken had naar het gebied ten noorden van Waldfeucht. Dit zou de volgende beproeving van de 155ste brigade worden.

 


 

De Roer Driehoek lag tussen Susteren, Roermond en Heinsberg.

Dit kaartje is overgenomen uit een artikel in De Limburger d.d. 18 januari 2007:

“Het begon met een granaat”, een verhaal over de heer Har Gootzen en Kevin Connor en hun boek over THE BATTLE for the ROER TRIANGLE.

Het artikel benadrukt dat ze uit primaire bronnen hebben geput. Zij streefden een maximum aan verifieerbaarheid en volledigheid na. Hun neutrale opstelling wordt in het voorwoord geprezen.

 

Naast de inname van Koningsbosch kan men in “The Battle  for the Roer Triangle” ook de verovering van o.a. Bocket, Waldfeucht, Sint Joost, Montfort, Odiliënberg en Heinsberg lezen.

Het boek wordt uitgegeven door het Schotse Erskine Ziekenhuis waar veteranen verzorgd worden.
Het kan besteld worden via www.erskine.org.uk en kost ongeveer EURO 22,50.
Ook de opbrengsten van het boek komen ten goede aan het ziekenhuis.

Onze dank gaat uit naar de schrijvers voor hun toestemming om bovenstaand verslag op de website van Koningsbosch te publiceren.
 

Wim Dijcks

Januari 2009