"De Boesj"


Koningsbosch (gemeente Echt-Susteren)
gegevens van de website echt-susteren.
Oppervlakte: 10.347 hectare
Aantal inwoners per 1 januari 2011; 1.729 inwoners
Koningsbosch en Echterbosch hebben heel wat café's gehad.
Wij hebben er een aantal opgespoord, klik hier.
Filmpjes over Koningsbosch en omgeving, door Jo Herfs.
Wegens groot succes van het promotiefilmpje over Koningsbosch deel 1, is deel 2 nu ook een feit.
Deel 2 gaat over Koningsbosch en omgeving.
| Promotiefilm Koningbosch deel 1 | |
| Koningsbosch en omgeving deel 2 | |
| Winter 2010-2011 | |
| Schildersclub "Mélange de Couleurs" |
Wie ook een film wil laten maken kan contact opnemen met Jo Herfs
voor meer informatie
Onderstaande films zijn gemaakt door TV.Professionals Richard van Kruchten
| Kloosterkapel | |
| Klooster buitenkant en entree | |
| Klooster kelder en binnenplaats | |
| Klooster chambrettes en zolders | |
| Kloostertuin |
Nog meer over koningsbosch
Verken "de Boesj" en omgeving.
Fietsroute Koningsbosch- Selfkant (aspergeroute, aangepast door Wim Dijcks)
De Roertriangel door Wim Dijcks
Grenspalenroute door Jos Loete


Kroniek van Koningsbosch:
Informatie uit boekje "De parochie Koningsbosch" door: E.Huisman 1978.
De naam Koningsbosch dateert uit de tijd van Karel V, zijn zoon Philips, die koning van Spanje was (de tweede helft van de 16e eeuw), had ook in deze streek enige bezittingen, verschillende dorpen en bossen.
Vandaar de naam "koninklijke bossen".
Nog in 1797 behoorden enkele van die dorpen aan Spanje, zoals o.a. Saeffelen en 't gehucht "Spaansch Huisje"- dat nog onder deze naam bestaat. Door de 80-jarige oorlog (1568-1648) werden door Echt 900 bunder van het Echterwald aan het Spaanse gouvernement verkocht ,dat stuk heette voortaan Koningsbosch, of Echterbosch of ook wel Echterheide. In het midden van de 18e eeuw wordt in ieder geval gesproken van het dorp Koningsbosch. Zoals ook de naam "Spaansch Huisken" in archiefstukken van 1770 voorkomt. In het "Spaans- Huisken" woonde de boswachter, die door het Spaans landsbestuur aangesteld was om de koningsbossen te bewaken.
Koningsbosch was eertijds niets dan 'n uitgestrekte heide- en bosland, de enkele huizen die hier en daar stonden waren meestal van arme bewoners, zandboertjes, houthakkers en steenbakkers.
Het eerste kerkgebouw (het voormalige patronaat) werd gebouwd in 1863, in 1992 werd het patronaat gesloopt. Met de bouw van de tegenwoordige kerk werd gestart in 1926, architect was dhr. Stuyt uit Den-Haag. Patroonheilige van parochie Koningsbosch is St.Gotthardus.

klik hier voor meer over onze kerk

![]() |
|

Klooster Koningsbosch
Informatie uit boekje "Echter Landj". door: P.J.M.Laumen.
Congregatie Liefdezusters van het kostbaar bloed.
Op 27-6-1873 werd de eerste steen gelegd. In de herfst van 1874 werd het in gebruik genomen.
De architect was ene Johannes Kayser uit Venlo, hij was een leerling van de bekende architect J.Cuijpers (station en het Rijksmuseum te Amsterdam.)
De bouwgrond werd ter beschikking gesteld door de erfgenamen van de welgestelde wijnhandelaar Martinus Rutten uit Ophoven, België.
De zusters huisden eerst in het klooster van St.Agnetenberg te Sittard. De eerste algemene overste was Sersaphine Spickermann, geboren in Rheinbach bij Bonn. Zij is de stichteres van het klooster in Koningsbosch.

De bewoners van Koningsbosch - Saeffelen - Bocket en Waldfeucht verleenden hand- en spandiensten. In die tijd was er in Koningsbosch slechts één paard, een magere schimmel, die aan Zwaantjeshof behoorde. In de loop der jaren is er heel wat verbouwd en bijgebouwd aan het klooster. In de bloeitijd van het kloosterleven waren er 40 postulanten en novicen en 70 zusters. Oorspronkelijk waren er meer duitse, dan nederlandse zusters, zodat tot 1916 de duitse taal de "klooster-taal" was. Het klooster had een eigen boerderij - tuin - bakkerij - wasserij en ziekenzaal. Veel Koningsbosschenaren hebben in het klooster hun brood verdiend.
In 1879 werd een Duitse school gestart (de Höhere Töchterschule en Duitse Huishoudschool) met internen, voor leerlingen van 8 tot 18 jaar.
In 1883 waren er 40 leerlingen.
Naderhand werd gestart met een Normaalschool voor de opleiding tot onderwijzeres.
In april 1896 werd deze school erkend als "bijzondere kweekschool".
Van 1930 t/m 1944 was er een ULO, nadien MULO die in de jaren 70 MAVO werd.
Ook kwam er een Huishoudschool bij, de latere LHNO.
In 1961 waren er nog 191 internen, in 1981 waren dat er nog maar 11.
Eind juni 1982 sloot het internaat haar deuren.
In 1995 vertrokken de laatste zusters naar Sittard.
Tot op heden (2011) bepalen het klooster en de kerk nog altijd de sky-line van Koningsbosch.

Waarom wordt de heilige Gotthardus in Koningsbosch vereerd?
In 1864 was de eerste pastoor van Koningsbosch, Kelleners, op vakantie in Reichersdorf (Beieren). Het was aan de vooravond van de viering van de 900ste geboortedag van Gotthardus. Pastoor Kelleners raakte ter plekke zo onder de indruk van de Gotthardus-verering dat hij via de bisschop vroeg om een reliek van de heilige. Zijn verzoek werd ingewilligd. Op 4 mei 1864 werd de relikwie plechtig het dorp binnengedragen. Sindsdien geldt Gotthardus als een soort 'tweede patroonheilige' van de parochie Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen in Koningsbosch. De Gotthardus-verering heeft zijn sporen nagelaten in de parochiekerk. Rechts van het koor is een St.Gottharduskapel gebouwd, met een zogenoemde kapelomgang. In deze kapelomgang worden de devotief- of danktegeltjes opgehangen. Verder is er een wijwatervaatje geplaatst en aan de zijde van de Gotthardkapel is in 1991 een gebrandschilderd raam aangebracht met de afbeelding van de heilige met enkele kinderen. De feestdag is 4 mei, maar de dag wordt altijd gevierd in het weekeinde volgende op die datum. Tevens vindt in dat weekeinde altijd de voorjaarskermis, of Gottharduskermis, plaats. Kermiszondag om 16.00 is er elk jaar de traditionele kinderzegen.
2004 is een jubileumjaar, 140 jaar verering van de heilige Gotthardus. Ter gelegenheid hiervan zijn er nieuwe bidprentjes gemaakt, compleet met zijn levensbeschrijving en een speciaal gebed. (zie afbeelding hieronder)
Gotthardus werd in 960 geboren in Beieren. Op dertigjarige leeftijd trad hij in, in een Benedictijner klooster. Zes jaar later werd hij als abt aangesteld. Hij maakte indruk door zijn pastorale bewogenheid en door zijn streven om misstanden binnen de kerk en kloostergemeenschap uit de wereld te helpen. In 1022 werd hij tot bisschop van Hildesheim benoemd, een ambt dat hij tot zijn dood in 1038 bekleedde. Ongeveer een eeuw later werd hij heilig verklaard. De voorspraak van de heilige Gotthardus wordt ingeroepen om te genezen van reuma, jicht en kinderziektes.



Inzegening nieuw kruis pastorie tijdens de sacramentsdag op 25 juni 2006
Het kruis is gerestaureerd door Dhr. P.Vrehen
Opschrift: Denk ook in het heden aan geloof en goede zeden
Nieuwe pastoor
Vanaf juli 2005 heeft Koningsbosch een nieuwe parochieherder.
Pastoor Bert Mom is de nieuwe pastoor van de parochies Pey, Koningsbosch en Maria-Hoop.
De 38 jarige pastoor Mom , geboren in Brunssum, staat graag tussen de mensen. Hij merkt dat deze houding gewaardeerd wordt en dat de mensen gemakkelijk naar hem toe komen, ofschoon een bepaalde afstand soms ook goed kan zijn. Het is zoeken naar een goed evenwicht tussen afstand en nabijheid. Hij vind zichzelf in geloofszaken niet conservatief, maar is zeker geen nieuwlichter, hij staat ergens in het midden. Zijn credo is "gelovige durf".
Mom belandde na zijn studie aan de Heerlense Universiteit voor Theologie en Pastoraat, terecht in het bisdom Breda. In totaal heeft hij er 11 jaar gewerkt, eerst als pastoraal werker, later als diaken en priester. Hij was pastoor in vijf parochies in de zuidwesthoek van Brabant, op de grens met Zeeland.
Mom had er tegenover de bisschop nooit een geheim van gemaakt ooit graag terug te willen naar zijn geboorte-provincie. Zijn verlangen werd gehonoreerd. Door het tekort aan priesters moeten steeds meer parochies hun pastoor delen. Mom ziet de oplossing voor dat probleem vooral in pastoorsgroepen, overlegorganen van vrijwilligers die bepaalde klussen van de pastoor kunnen overnemen.Veel dingen zouden de parochianen zelf kunnen doen, zoals avondwakes, het organiseren van ziekenbezoek en het contact leggen met nieuwe parochianen. "gelovige durf"
Inhuldiging Nieuwe Pastoor
Zaterdag 10 september 2005 heeft de officiele kennismaking met onze
nieuwe pastoor Dhr.Bert Mom plaatsgevonden
tijdens de plechtige eucharistieviering van 19.00 uur.
Pastoor Mom is op zondag 17 juli 2005, tijdens een plechtige
eucharistieviering in de parochiekerk van Pey door deken
J. Kuijer van het dekenaat Susteren-Echt geïnstalleerd als
pastoor van de parochies van Pey, Maria-Hoop en Koningsbosch.
Sindsdien is hij in onze parochie werkzaam.

Inzegening nieuw kruis 2005
Maandag 5 september 2005 is het nieuwe kruis aan de Pastoorsweg ingezegend.
Het oude kruis daterend uit 1891, was gestolen (oktober 2004) zoals ook het schilderij van O.L.Vrouw
van Altijddurende bijstand. Het kruis was vervaardigd door Martien Erkens uit het naburige Saeffelen,
en werd op het graf van zijn vader geplaatst. Toen dit graf in 1908 geruimd werd is het kruis geschonken
aan de toenmalige pastoor Berger van Koningsbosch, die het aan de Pastoorsweg een plaats gaf.
Het kapelletje is in 1953 gebouwd door de familie Geilen-Peeters, voordat zij naar Canada emigreerden.
Een inwoonster van de Prinsenbaan stelde haar schilderij van O.L.Vrouw van Altijddurende bijstand spontaan ter beschikking voor het kapelletje.
Mevrouw José Goyarts uit het buurtschap Spaanshuiske schonk het smeedijzeren veldkruis.
Dit kruis is door de beheerder van het kapelletje Har Muijsers gerestaureerd, met de financiële ondersteuning van de stichting kruisen en kapellen uit Echt.

In 2011 wordt het kapelke aan de Pastoorsweg gerestaureerd in het kader van Landmark Midden Limburg.
Door het inzenden van uw dierbaarste plekje kon deze plek tot Landmark gekozen worden.
Dit kapelletje met zijn markante lindeboom is in 2010 door de Provincie Limburg tot een van deze Landmarks gekozen.
| Landmark Koningsbosch | L1 |
| Landmark Koningsbosch.2 | Provincie Limburg |
De geschiedenis van de noodklok
Tijdens de tweede wereldoorlog werden de klokken van onze kerk door de Duitsers meegenomen. Zij gebruikten het materiaal, vooral het lood, voor de oorlogsindustrie.
Dhr. Theo Stoffels, die werkzaam was in de staatsmijn Maurits, heeft daar (waarschijnlijk) in 1944 een klok gemaakt van een stalen pijpleiding.
Sef Nelissen, van de toenmalige busonderneming Nelissen, heeft de klok met de "koelbös" naar Koningsbosch gebracht.
Johan Stoffels heeft via enkele katrollen de klok in zijn eentje de toren ingehesen. Na enige strubbelingen heeft men de klok aan het luiden gekregen, en daarmee was de noodklok "geboren".
Na de oorlog kreeg de noodklok een eerste ereplaats op het plantsoen voor de kerk. Piet Weijgertse dichtte en schilderde een tekst op de klok. Toen dit plantsoen werd opgeruimd, kwam de klok als oud ijzer tegen de zijgevel van de kerk te staan en sleet de tekst eraf.
Enkele vrijwilligers hebben de klok daarna in de pastorietuin geplaatst op een verhoging van Belgische keien en er een dakje boven geplaatst. De oorspronkelijke tekst werd toen in een koperen plaat gegrift, die later is vervangen door en stenen plaat.
Na de aanleg van de rotonde bij de kerk, is de klok in 2004 opnieuw gerestaureerd door vrijwilligers en verplaatst naar het parkeerterrein naast de kerk, waar zij op 22 januari 2005 opnieuw is ingezegend, op de dag af 60 jaar na de bevrijding van Koningsbosch.

Zo is de noodklok gebleven wat hij was.
Een teken dat het recht zegeviert over het onrecht.
Oorlogsmonument

Direct na afloop van de Tweede Wereldoorlog, 18 februari 1945, werd er op een vergadering van het kerkbestuur gesproken over het oprichten van een oorlogsmonument voor de slachtoffers van de oorlog.
Omdat het kerkbestuur toen niet de middelen had om een dergelijk monument te bekostigen, werd besloten dat het monument er moest komen door vrijwillige bijdragen van de inwoners van Koningsbosch.
Eind 1948 was het dan zover en werd het oorlogsmonument op de noordzijde van het parochiekerkhof geplaatst.
Op dit monument staan de namen vermeld van de 32 inwoners van ons dorp, die tengevolge van de Tweede Wereldoorlog, in Koningsbosch of elders zijn omgekomen.
De naam van kapelaan Verdonschot staat er twee keer op, een keer tussen de andere namen en een keer in het midden. Dit is gebeurd, omdat men het niet voldoende vond, dat deze priester gewoon tussen de anderen vermeld stond. Op het bidprentje van kapelaan Verdonschot staat onderstaande zin uit één van zijn kampbrieven: De gevangenis is voor mij een mooie tijd van vasten en boete, ik ben blij iets te mogen lijden.
In dit oorlogsgraf zijn vijf mensen begraven die in of in de directe omgeving van Koningsbosch zijn omgekomen, de anderen zijn voor het merendeel begraven in de plaats waar zij gestorven zijn.
Begin 2004 lag het monument er tamelijk vervallen bij. Het kerkbestuur en de dorpsraad dienden bij de Gemeente Echt-Susteren een verzoek in om het monument op te knappen. Dit verzoek werd gehonoreerd en door de fa. Utens uit Echt werd het gerenoveerd.
22 Januari 2005 werd het oorlogsmonument, samen met de noodklok opnieuw ingezegend.
Op zaterdag 22 januari 2005 werd de noodklok ingezegend, alsook het oorlogsmonument op het kerkhof, dit ter gelegenheid van 60 jaar bevrijding Koningsbosch.
Het was een indrukwekkende gebeurtenis onder een koude hemel.
Aan Theulke een Een grensgeval.
De naam "Aan Theulke" is ontstaan uit het feit dat zo lang hier huizen aan de grens staan, de familie Tholen hier woont.
Het eerste huis dat hier stond is niet de boerderij, maar het witte huis(nr.55). Dat is omstreeks 1850 hier gebouwd. Het huis dateert eigenlijk van 1734, het heeft tot 1850 in Langbroich (Dld) gestaan. Daarna is het afgebroken en in Nederland opgebouwd. Dit is voor een deel te verklaren vanwege het feit dat veel duitse families in die periode van Duitsland naar Nederland verhuisden. Veel van de Koningsboscher familienamen vinden hun oorsprong in het aangrenzende Duitsland.
Vlak na 1850 is de grote boerderij gebouwd (nr.56) Van het oorspronkelijke woonhuis aan de straat resteert nu alleen nog een muurtje. Het is tijdens een brand verwoest.
"De grens biej Theulke" was ook het tafereel van smokkelaars praktijken. Met name koffie en vee werd hier over de grens gesmokkeld. Een "sport" waar ook de familie Tholen goed in was.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het gebied deel uit van de gedemilitariseerde zone, mensen mochten hier niet meer wonen. Op een gegeven moment is de grote schuur ook door Amerikaanse soldaten (de Tommy's) ingenomen als slaapplaats en om hun tanks in te stallen.
Tegenwoordig heb je vanaf deze naar het oosten een prachtig uitzicht op het windmolenpark tussen Saeffelen en Waldfeucht.
Bekijk aan de westkant richting het dorp ook zeker eens de boomsculpturen.
Omdat de kastanjebomen aan de Kapelaan Verdonschotstraat ziek waren moesten deze gekapt worden. De dorpsraad van Koningsbosch kwam echter met het idee de bomen een tweede leven te geven door de afgezaagde stammen om te laten vormen tot beelden. Boomkunstenaar Roel van Wijlick heeft dat in 2010 gerealiseerd. De beelden zijn symbolen voor de historie en de cultuur van het dorp.
Zo verwijzen een kapelaan en een kerkuil naar de centrale plaats van de kerk in de dorpsgemeenschap, en een kloosterzuster naar het monumentale (voormalige) klooster, dat zo bepalend is voor het dorpsgezicht, maar helaas steeds meer in verval dreigt te raken.
De beeltenis van een korenwolf verwijst naar het leefgebied van deze beschermde diersoort ten oosten van Koningsbosch, en een papegaai naar de plaatselijke carnavalsvereniging. De smokkelaar mag in dit rijtje symbolen niet ontbreken!
In 2011 zijn er nog twee bomen omgevormd tot beelden: een tennisser vanwege de tennisbaan even verderop en een muzikant die de vele muziekverenigingen van het dorp vertegenwoordigt.
Met dank aan Marcel Hartjes.
Monumentaal graf meester Knols
![]() |


Bevrijdingsmonument onthuld op 25 januari 2009
Met het monument dat door steenhouwerij Joop Utens uit Echt vervaardigd is met financiële steun van de gemeente Echt Susteren, heeft Koningsbosch een blijvende en tastbare herinnering aan haar bevrijding door de 52nd Lowland Division.
Team en leerlingen van basisschool Keuningshöfke hebben dit monument geadopteerd.
Thank you liberators!!
Mariakapel aan de Molenweg (kapel der genezing)


meer over deze kapel
Maria-Kapel Spaanhuisken
Vòòr de bouw van de kapel, moesten de bewoners van Spaanhuisken, wilden zij hun zondagse plicht vervullen, naar de St.Landricus in Echt.
De pastoor van Echt was op zijn beurt dagenlang onderweg om de zieken in het afgelegen gehucht van zijn parochie de H.Communie te brengen. Daarom was het te begrijpen dat de parochianen zich bij het bisdom inzetten voor een tweede kapelaan, hetgeen in 1826 lukte.
Toen gedurende de zogenaamde “Kulturkampf” het geloofsleven over het algemeen sterk tanende was, bouwden de Saeffelenaren de Kapel in eigen regie. Opdrachtgever was Heinrich Bodens een, in 1733 in Obspringen geboren, heerboer met drie boerderijen, waarvan één gelegen te Spaanhuisken.
De kapel op het Spaans Huiske zou van 1859 zijn, en toen gebouwd zijn voor de bewoners van Saeffelen in verband met
de KultUrkampf.
Als initiatiefnemers worden genoemd: L.Houben en H. Ridderbeks. De opdrachtgever moet TheodoorBodens zijn, dezelfde die de molen van Waterloo gekochtheeft. Boven de deur staat een Maria-beeldje, dat misschienvan omstreeks 1700 is. Het altaar en de banken zijn gemaakt
door Peter Bodens, uit dankbaarheid dat zijn zus van een ernstige ziekte genas; waarschijnlijk rond de eeuw-wisseling.
Die zus was gehuwd met Wilhelm Dahlmanns, die in Saeffelen een beeldhouwwerk-bedrijf had waar Peter Bodens werkte.
Altaar en banken werden per kruiwagen over-gesmokkeld.maar de beide mannen die dit deden: Peter Hendrix en Jozef
Bodens werden aan de grens door een protestante commies gepakt. Maar de zaak liep na 14 dagen toch met een boete af
en altaar en banken werden geplaatst. Enige mannen, onder wie W. Brandts, reisden naar de bisschop en ontvingen een altaarsteen.
Er wordt verteld, dat bij het overlijden van een ongehuwde in het Spaans Huiske, zijn nabestaanden iets aan het kapelletje
moesten schenken. De nog aanwezige smeedijzeren lampen zijn een geschenk van de familie van de overleden vrijgezel
Christiaan Dauven.
Niet meer aanwezig, zijn de gesmokkelde banken. Die er nu instaan zijn afkomstig uit de oude kerk. (het patronaat.)
Ook niet meer aanwezig is het vroegere doodsbrett, een smalle lange plank, zwart geverfd. (vermoedelijk 1,50 à 2 m. bij
0.40 m.), die bij sterfgevallen voor het huis van de overledene werd geplaatst. Dit liekbrett had als opschrift:
"Heute mir morgen dir." En er stond de afbeelding van een doodshoofd op met er onder gekruiste botten.
De kapel is bij het gouden bestaansfeest van de kerk 1 mei 1977, opnieuw ingezegend, na een grondige restauratie die de
inlossing was van een belofte. Tengevolge van de grote droogte in de zomer van 1976 pelgrimeerden een honderd mensen
samen met pastoor E. Huisman negen dagen naar de kapel.
Zij baden dan vanaf het begin van de dr. Fellsweg het rozenhoedje. Tegen het einde van de noveen had de pastoor beloofd voor de
restauratie zorg te dragen, als er regen kwam.
En als die niet komt. breken we het kapelletje af had hij voor de grap gezegd. Na het rozenhoedje van de negende dag begon het
ineens te regenen, maar . . . dankzij een sproeier. óók als grap door enkele bewoners van het Spaans Huiske op het dak van de
kapel gezet. Blijkbaar heeft onze Lieve Vrouw de grap weten te waarderen want een paar uur later begon het echt te regenen.
En zo is de kapel het sieraad van het Spaans Huiske geworden.
Deze gebeurtenis is vervolgens vastgelegd in een gebrandschilderd venster dat is aangebracht in de rechtergeven van de kapel. Het venster is vervaardigd door pater Victor van de Abdij Lilbosch.
Op 28 oktober 2001 is de kapel her-ingezegend.
meer over deze kapel
Op 1 november 2009 werd het 150 jarig bestaan van deze kapel gevierd.
Onderstaande tekst werd voorgedragen door Jose Goyaarts.
De geschiedenis van het gehucht Spaans Huisken dateert van enkele eeuwen geleden.
De gewesten rondom Echt stonden in die tijd onder Spaans bestuur. Ter bewaking van de uitgestrekte bossen in deze streek werd er een boswachter aangesteld, die in een huis woonde dat de naam Spaansch Huiske kreeg.
Eromheen werden al snel meer huizen gebouwd en zo werd er in 1770 voor het eerst gesproken van de “Spaensche Huizen”.
Er wordt ook wel verteld, dat in die tijd een Spaanse prinses een buitenverblijf hier bezat, en dat daar de naam Spaans Huisken vandaan komt. De funderingen van dit buitenverblijf bestaan nog en bevinden zich tegenover de kapel. In ieder geval klinkt het prachtig en zijn de inwoners nog steeds trots op deze naam.
In die tijd ging men naar de kerk in Saeffelen omdat Koningsbosch een heel eind lopen was, maar in 1859 besloten de bewoners, een eigen kapel te bouwen. Ze vroegen toestemming aan de bisschop en ontvingen een altaarsteen. Deze steen bevindt zich nog in het altaar. Het altaar werd in Saeffelen vervaardigd als dank voor een verkregen genezing. Vroeger bevonden zich in de kapel 14 kruiswegstaties en een z.g. doodsbrett, een lange, zwart geverfde plank, waarop te lezen stond “Heute mir, morgen dir”.
Was er in het gehucht een sterfgeval, dan werd deze plank voor het huis van de overledene geplaatst. Deels wonen hier nog steeds generatie op generatie mensen met dezelfde namen, zij zijn terecht erg trots op deze kapel, die door hun voorvaderen gebouwd is.
De kapel is opgedragen aan de H. Maria. Vaak bezoeken mensen uit de streek de kapel om even een kaarsje aan te steken en te bidden voor zieke medemensen of om te vragen om steun.
Het 100-jarig bestaan werd feestelijk gevierd.
In 1977 werd de kapel grondig gerestaureerd en opnieuw ingezegend. Deze restauratie had met een belofte te maken. Tengevolge van de grote droogte in de zomer van 1976 pelgrimeerden zo’n honderd mensen samen met Pastoor Huisman negen dagen naar de kapel. Gedurende hun voettocht langs de hele Dr. felsweg werd het rozenhoedje gebeden. Als er regen zou komen tegen het einde van de noveen, had de pastoor de restauratie beloofd. Zou er geen regen komen, dan zou het kapelletje worden afgebroken. Na het rozenhoedje van de negende dag begon het opeens te regenen, maar het wonder werd verricht door enkele inwoners van Spaans Huisken, die een sproeier op het dak van de kapel geplaatst hadden. Korte tijd later begon het gelukkig echt te regenen.
In 2001 was het dak van de kapel aan vernieuwing toe en dankzij financiële steun van o.a. de bewoners van Koningsbosch, werden het dak en de balken helemaal gerenoveerd. In oktober van dat jaar werd de kapel opnieuw ingezegend.
Vandaag, 1 november 2009, vieren wij het 150-jarig bestaan.
Wij als bewoners van Spaans Huisken zijn trots op deze kapel en we waarderen het zeer, dat er twee keer per jaar een mis mag worden opgedragen.
We zullen de kapel blijven koesteren en we hopen, dat veel mensen van beide zijden van de grens hier rust en steun blijven vinden.
Foto's van het 150 jarig bestaansfeest kapel Spaanshuisken (link volgt nog)

klik op de foto (allerzielenprentjes tot en met 2011)

kijk ook eens op graftombe.nl
Pastoor Patricius Cramer 14-04-1888 15-04-1955†

Hij was van 1933 tot 1937 pastoor van Koningsbosch en van 1937 tot aan zijn dood 1955 pastoor van Pey.
Voordat hij in 1933 tot pastoor werd benoemd was hij 15 jaar docent wiskunde aan het gymnasium te Rolduc.
Het semenari had hem direct na zijn priesterwijding aan het werk gezet als leraar. Hij was als docent erg begaan met het welzijn van zijn leerlingen.Bovendien ging hij in opdracht van de bisschop wis- en natuurkunde studeren aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam.
Hij was een herder voor alle parochianen. Hij staat bekend om de vele goede werken die hij tijdens de oorlogsjaren voor velen heeft verricht.
Tijdgenoten noemden hem onder meer; die harde werker - de zwoeger Gods - de Vader der armen - de pastoor die alles weggaf - een weldoener en een pastoor die blaakte van ijver.
De reeds bekende en verzamelde goede werken en de uitspraken van zijn tijdgenoten zijn voor een groep mensen aanleiding geweest om een stichting op te richten, die zich inzette voor een mogelijke zaligverklaring van pastoor Cramer.
Maar voor een zaligverklaring vraagt de Kerk om een wonder, bijvoorbeeld genezing van een ongeneeslijke ziekte, in dit geval dus op voorspraak van pastoor Cramer.
Op 10 april 2005 is er een borstbeeld van hem geplaatst in Pey.
Anno november 2005 is er een boekwerk verschenen over deze bijzondere herder.
Zoals u wellicht gehoord of gelezen heeft is er een stichting in het leven geroepen ter bevordering van de zaligverklaring van pastoor Cramer.
Meer over de Stichting Pastoor Cramer.
Selfkant (de meest westelijke gemeente van Duitsland)
(bron: Wikipedia)
Omdat Koningsbosch direct aan de Duitse grens is vastgeplakt, is het interessant om iets van de geschiedenis van de Selfkant te weten.
Nederlands drostambt Tudderen
Na de Tweede Wereldoorlog is Selfkant op 23 april 1949 geannexeerd door Nederland als
schadevergoeding voor de oorlog. Het door de Duitsers gekozen bestuur werd door Nederland naar
huis gestuurd, omdat het in strijd was met de Nederlandse grondwet.
De Duitse inwoners kregen een Nederlands paspoort met de speciale vermelding "wordt behandeld als
Nederlander". De Landdrost werd door de Nederlandse regering benoemd als bestuurshoofd van het
drostambt Tudderen, zoals de bestuurlijke naam van de Selfkant nu luidde. De regering wilde een
overgangsregeling voor ex-Duitse gebieden instellen. Het Duitse bestuur zou als adviesorgaan
functioneren. In die tijd werd er veel geïnvesteerd in de nu Nederlandse Zelfkant, onder andere in het
bouwen van woningen en wegen. Ook vestigden veel Nederlanders zich in het gebied. Delen van de stad
werden vernederlandst. Tot op heden is de Nederlandse invloed nog aanwezig.
In de Nederlandse periode is de N274 aangelegd, die Roermond met Heerlen verbindt.
Ook na 1963 is de weg een smalle strook Nederlands grondgebied gebleven en voorzien van
ongelijkvloerse kruisingen met duitse wegen, zodat een paspoort op deze weg niet nodig was. Op 25
februari 2002 is de weg alsnog teruggeven aan Duitsland, en in de loop van 2004 zijn aansluitingen aangelegd met diverse wegen, onder andere met de B56 tussen Gangelt en Susterseel.
In maart 1957 begonnen de officiële onderhandelingen tussen Nederland en Duitsland over de teruggave van het gebied.
Duitse gemeente.
Sinds 1 augustus 1963 hoort Selfkant weer bij Duitsland, na betaling van 280 miljoen Duitse mark. Uit het bestaande drostambt Tudderen werden de oude gemeenten Havert, Hillensberg, Höngen, Millen,
Susterseel, Tudderen en Wehr gevormd. Twee maanden laten, op 21 oktober 1963,
werden weer de eerste gemeenteraadsverkiezingen onder Duits gezag gehouden.
De 7 gemeenten werden, met de gemeente Saeffelen uit het Amt Waldfeucht op 1 juli 1969 samengevoegd tot de gemeente Selfkant.
Met 233 inwoners per km² geldt Selfkant als een landelijke gemeente. Vanwege de gunstige prijs van de
grond is de gemeente tegenwoordig (2005) zeer in trek bij jonge gezinnen.
Ook trekken vele Nederlanders de grens over, om hier een eigen woning te bouwen. Ruim een kwart tot
de helft van de inwoners is Nederlands.
www.selfkant.de
Verhaal: Het proces-verbaal van de grensverloop tussen Nederland en Pruisen (1818)
vertaling Frans-Nederlands:Nanouk Janssen
(…) Vervolgens wordt de grens gevormd door een dubbele sloot, ook wel Landgrabe (“landgraaf”) genoemd, die aan Pruisen toebehoort. De grens loopt door tot aan een klein bos, genaamd Haasenwinkel, waar een “landgraaf” begint waarvan de ene sloot Pruisisch en de andere sloot Nederlands grondgebied is. Van hieruit loopt de grens door tot aan de weg bij het veld dat Louverbuschge wordt genoemd en waar een grenspaal met het nummer 329 is geplaatst. De drie tussenliggende grenspalen hebben de nummers 326, 327 en 328.
Vanaf grenspaal 329 wordt de grens gevormd door een sloot die het Nederlandse Louverbuschge scheidt van het bouwland dat bij het Pruisische Waldfeucht hoort. De grens loopt door tot aan de weg met grenspaal 330, waarna ze de weg doorkruist en verder loopt tot aan een volgende “landgraaf” waar grenspaal 331 staat.
Deze dubbele sloot vormt de grenslijn tot aan het uiteinde van een stuk land dat aan Johannes Arnoldus Reinarts toebehoort. Hierop is grenspaal 332 geplaatst. Van daaruit doorkruist de grenslijn drie wegen en loopt verder in de richting van een sloot waar grenspaal 333 staat.
Genoemde sloot vormt de grens tot aan de uitspringende hoek die ze maakt op Nederlands grondgebied. Deze hoek is gemarkeerd met grenspaal 334. Vervolgens loopt de grens door het bouwland naar de grote weg van Waldfeucht. Aan de rand van deze weg – op een afstand van 77 yard (= ca. 70 m.) verwijderd van grenspaal 334 – staat grenspaal 335.
De grenslijn wordt hier gevormd door de rand van de grote weg door Waldfeucht, dat aan Pruisen toebehoort. De lijn loopt door tot aan een sloot bij het ven dat Koedrank wordt genoemd en waar grenspaal 336 is geplaatst.
Hierna doorkruist de grens de weg en het ven en volgt een sloot tot aan het uiteinde van een kreupelbosje dat toebehoort aan Antonius Schellers uit Waldfeucht. Hier staat grenspaal 338.
De tussenliggende grenspaal 337 is geplaatst op het punt waar een weg de rand van de eerder genoemde sloot raakt.
Van hieruit vormt een kleine heuvel de grens tot aan de weg van Waldfeucht naar Roermond waar aan elke kant een grenspaal met nummer 440 is geplaatst; de tussenliggende grenspaal heeft nummer 339.
Klik hier voor de grenspalenroute gemaakt door Jos Loete
