Gazet-1

Bron:  Dagblad de Limburger – Maas en Roerbode

 




Volleybalclub 'Sport Houdt Fit' (SHF) viert binnenkort haar 25-jarig bestaansfeest.
De oprichting van de gezelligheidsclub zal feestelijk herdacht worden in zaal Schröder aan de Kerkstraat in Koningsbosch.

Ruim vijfentwintig jaar geleden richtten enkele sportieve Koningsboschenaren een gymnastiekclub op in het Echter kerkdorp. De club was bestemd voor heren in de leeftijdsgroep 'dertig jaar en ouder'. Niet lang na de oprichting van deze club wilden de eega's van deze sportievelingen ook een eigen club. Wat in eerste instantie bedoeld was als een gezelligheidsclubje groeide al snel uit tot een volleybalvereniging.

Oefende de dames aanvankelijk in het patronaat aan de Prinsenbaan, vijf jaar na oprichting namen zij hun intrek in de Gymnastiekzaal van basisschool 't Keuningshöfke' aan de Karel de Vijfdestraat in Koningsbosch.
Het oefenen had inmiddels al plaats gemaakt voor trainen, een iets serieuzere vorm van vrijetijdsbesteding. Die serieuzere aanpak bleek zijn doel niet voorbij te schieten in de vrijetijdsvolleybalcompetitie: de meeste prijzen die in deze competitie te verdienen waren, kwamen uiteindelijk in Koningsbosch terecht.
Momenteel wordt de wedstrijdsport gelaten voor wat die is: de dames van SHF negentien in getal met een gemiddelde leeftijd die boven de 50 jaar ligt, waarvan het oudste lid voorzitster mevr. Bircks, 70 lentes telt, slaan donderdags ‘s avonds lussen negen en half tien de bal alleen nog recreatief over het net.

Aanstaande zaterdag 16 april 1988 houdt 'Sport Houdt Fit' een reünie voor alle leden en oud-leden. geteld vanaf de tijd dat de sportzaal aan de Karel de Vijfde straat in gebruik genomen werd.
Het feest begint om 20.00 en zal worden opgeluisterd met sketches uit de eigen groep in een sfeer verwant aan de geest van de sportclub: gezellig en saamhorig.

Tekst en foto: K.C.Pers- & Publiciteitsfotografie.

 




De Limburger zaterdag 12 maart 1988

Heb je een verstuikte enkel? Of een pols omgeslagen? Leg er maar
een hoopje verse zuurkool op. Het is een huismiddeltje waarvan het ontstaan niet
meer te achterhalen is.

Maar als we de tachtig plussers van vandaag (1988) moeten geloven, werkt het uitstekend.
Een van hen is Graad Jeurissen uit Koningsbosch, 92 jaar.
Jeurissen woont al veertig jaar in een houten hutje in de bossen.
Twee keer in zijn leven bij de dokter geweest. Hij wil honderd worden.

 

Graad Jeurissen uit Koningsbosch voert ook dagelijks een vast ritueel uit om gezond oud te worden. Iedere avond begint hij al met de voorbereidingen voor de volgende dag. Dan bakt hij kleine stukjes spek in een pan met veel uien. Is het vlees bruin,dan zet hij het met pan en al in de kast en bewaart het prakkie tot s' morgens.

"Als ik opsta maak ik het spek opnieuw warm en doe er een handvol peterselie overheen.
Dat eet ik op met koffie en een glas lauw water".
Dat water is volgens Graad goed voor de dagelijkse stoelgang:

"Elk jaar als de bladeren vallen, heb ik last van mijn spijsvertering. Als ik steeds lauw
water drink, heb ik er geen last meer van", verzekert Graad.
"Door het water worden de darmen immers gespoeld".

  's Middags eet Graad steevast een bord soep en ‘s avonds een bruine boterham. "Mensen die veel vreten en niet kauwen, die leven niet lang. Eigenlijk moet je met honger van tafel gaan".
Graad Jeurissen woont al meer dan vijftien jaar in zijn houten hutje in de bossen van
Koningsbosch en moet niets van dokters hebben.

"Praat me niet van dokters", roept hij agressief, "die moet ik niet! Ik heb een keer
tabletten van de dokter gekregen en één keer poeder. Het heeft allemaal niets gebaat". Jeurissen heeft zij n eigen geneesmiddeltjes uitgevonden, voor 't geval hij ziek wordt. Tegen verkoudheid heeft hij een speciaal recept:
Kook wat haver in water en laat het geheel afkoelen in een kom met een doek erover. Giet de kom (met de doek er omheen) daarna leeg, zodat de haver in de doek achterblijft en het aftreksel ineen beker terechtkomt. Doe vervolgens wat suiker in het water. "Ik durf iedereen te garanderen dat hij zijn verkoudheid binnen een dag kwijt is als hij dit drankje drinkt", beweert hij stellig.

Ofschoon Graad echt gezond wil blijven en nog heel wat jaartjes hoopt te leven, zal hij niet
stoppen met roken. Hij rookt de pijp zowat de hele dag door. "Laat toch iedereen naar de hel lopen die zegt dat roken ongezond is", gromt hij. "De pijp roken is gezond, dat weet ik zeker. Trouwens, ik vind dat er vandaag de dag maar rare mensen op straat lopen. Ik ken een man die in damesondergoed handelt. Wat is dat nou? Tegenwoordig is het allemaal smeerlapperij in deze wereld. Iedereen hokt samen. Ik zou ze tegen hun reet kunnen trappen.

Ik ga vroeg naar bed. En bidden. Dat is heel belangrijk. Jeurissen denkt er op zijn leeftijd toch wel eens over na wat er gaat gebeuren als hij echt ziek wordt. Naar het ziekenhuis?
Geen sprake van "ik blijf hier wat er ook gebeurt. Als ik dood moet, dan kan ik beter hier doodgaan.Ik laat me overigens ook niet begraven op het kerkhof. Daar ligt het ene lijk op het andere. Ik laat me later cremeren. De damp gaat de lucht in en de as waait met de wind mee. Dan kom je toch overal.
Maar ik ben nog lang niet dood. Ik word meer dan honderd jaar En dan, vastberaden: "En als ik  doodga, ben ik niet bang. Ik heb een zuiver geweten. Ik heb mijn hele leven gebeden. Er kan niets fout gaan".



Vrijdag 14 augustus 1959



Met zijn negen kernen is Echt wel een der merkwaardigste gemeenten.

De bronnen omtrent de ouderdom van het stadje gaan terug tot rond het jaar negenhonderd, ook werd er toen reeds gewag gemaakt van Berkelaar.

Iedere kern heeft haar eigen ontwikkeling gehad, het gehucht Spaansch Huisken neemt hierbij wel een aparte plaats in. Het ligt helemaal in een uithoek tegen de Duitse grens (Saeffelen) nog geen drie kilometer achter Koningsbosch en niet zo heel lang geleden midden tussen de bossen. Een eeuw geleden, toen fietsen, laat staan auto's nog een ongekende luxe waren, was het voor de bewoners bijna drie uur gaans als ze het een of ander af te handelen hadden op het gemeentehuis.

Dit betrof dan doorgaans de burgerlijke stand of een aangelegenheid waarvoor men schout en schepenen nodig had. Loketten met ambtenaren waren er in die goede oude tijd op het gemeentehuis niet. Het gehucht was toen, veel meer dan thans, georiënteerd op de naburige Duitse dorpen waar men ook ter kerke ging. Dit jaar (1959)  is het een eeuw geleden dat de parochiekerk van Pey werd gebouwd en in 1862 werd de parochie Koningsbosch opgericht. De bewoners van Spaansch Huisken bouwden hun eigen kapel. Dat was in 1859. Het eeuwfeest zal zaterdag (15 augustus 1959) feestelijk worden gevierd.

Oorsprong en naam
Hoe oud dit gehucht is en hoe het aan zijn naam komt is niet met zekerheid te zeggen, in ieder geval zal het verband houden met Koningsbosch.

Geschiedschrijver Welters acht het niet waarschijnlijk dat Koningsbosch zijn naam dankt aan "koning" Pepijn van Herstal, die toen hij langs de weg, die nu Prinsenbaan heet van Susteren naar St.Petersberg (St.Odiliënberg) trok om Wiro, Otgerus en Plechelmus te bezoeken, in het Echterbroek in het moeras wegzakte en door de Echtenaren werd gered, (Pepinusbrug herinnert hier nog aan).

Uit dankbaarheid voor zijn redding schonk hij uitgestrekte bossen, die in verschillende oude stukken voorkomen als het Echterwaldia.
Want waarom zou juist dit gedeelte de naam “Koningsbosch” gekregen hebben, terwijl de schenking veel uitgestrekter was. En in de achttiende  eeuw was er nog sprake van "het nieuwe dorp, oftewel Koningsbosch", Welters heeft een andere verklaring die aannemelijker klinkt.

Gedurende de jaren 1580-16O0 had Echt zoveel geleden  door oorlog , geweld en brand dat het stadje in zeer deplorabele toestand verkeerde, en voor de helft onbewoonbaar was. Philips 2e zou dit deel van het Echterbosch (Koningsbosch) in pand hebben ontvangen, voor een som geld  waarmee de gemeentekas werd gespekt. Deze gewesten stonden onder Spaans bestuur, ter bewaking van de bossen zou dit bestuur een boswachter hebben aangesteld, die in een huis woonde, dat de naam van "Spaansch huiske" kreeg.
Hierom heen kwamen meer huizen te liggen, zodat reeds in 1770 de naam voorkomt "Spaansche huizen" en er gesproken kon worden van een gehucht.


Dolende Ridder
Vlakbij Spaans Huiskens ligt de Majoorsweg die zijn naam dankt aan "Huis Majoor", ongeveer twee eeuwen geleden woonde hier een Majoor, die, zoals de  overlevering wil, een krijgsman uit Aken was, die het krijgsmanleven beu was, rust en bezinning zocht in de ongerepte stilte van de bossen. Hij bouwde er een hoeve en deed aan ontginning. Soms kwam zijn wilde natuur weer boven, dan besteeg hij zijn oude klepper, zoals Welters zegt, om te genieten van wijntje en Trijntje, van spel en drank, temidden van zijn oude wapenmakkers.

Dit kostte zeer veel geld, meer dan de majoor in zijn buidel had. Hij maakte schulden en leende zelfs van ondergeschikten. Uit een verklaring blijkt, dat korporaal Michael Gruttschnik een tegoed had van “115 pattacons, 5 schilling, 5 stiber, etc…..

Benebt entres gegeben.
Dit stuk was, zoals blijkt, ondertekend te Spaansch Huisken; “Spansis heieysgen bij Savlen 17 Merz 1776”.
Een jaar later werd zijn hele hebben en houden verkocht: publyckelyck en met uytbranden der kertse, aen den meest biedenden”. Dit stuk eindgit met de woorden
"Den eenen segget den anderen voort” en was ondertekend door  v. d. Leeuw, stadthouder qualitate qua.

"BILJONGS WULMKE"
De oudste inwoner van Spaansch  Huisken is W. Houben, misschien  zelfs de oudste van Echt. Het is een 95 jarige vrijgezel,die voor iedereen Biljongs Wulmke heet. Hij is geboren en getogen in dit gehucht, is nog zeer helder van geest.
Hij  weet zich nog alles te herinneren, zelfs uit zijn kinderjaren.
Van wie het idee is uitgegaan om hier een kapel te bouwen weet hij ook niet, want dit geschiedde drie jaar voor zijn geboorte. Wel weet hij te vertellen, dat hier in de meimaand iedere avond de rozenkrans werd gebeden en ook zondags, en dat het pastoor Kusters was, die van de bisschop van Roermond, gedaan kreeg om hier af en toe een H.Mis te mogen lezen. Dit gebruik  is gebleven: 's maandag  na st.Gotharduskermis wordt hier een H. Mis gelezen.
Andere bewoners weten te vertellen dat het altaar de inlossing van een belofte was. De beeldhouwer Dahlmans uit Saeffelen deed de gelofte dat hij, als zijn vrouw,die zwaar ziek was genas, een altaar zou schenken. Zijn vrouw genas. Samen met zijn knecht Bodens van Spaansch Huisken, maakte hij het altaar en schonk dit aan de kapel. Het vervoer van het altaar over de grens ging  met een grens-incidentje gepaard.
Het geschiedde per kruiwagen, een protestante commies weigerde doorgang, maar na veertien dagen mocht de grens dan toch worden gepasseerd.

     

EENVOUDIG KAPELLETJE
Het kapelletje is een eenvoudig gebouwtje met een vierkant klokkentorenspitsje, zonder bijzondere merkwaardigheden. Het past wonderwel in deze omgeving. Voor de oorlog lag het verscholen tussen vier lindebomen, waarvan er een zelfs een doorsnee had van twee meter. Zwaar heeft dit gehucht te lijden gehad van het oorlogsgeweld. Het lag geruime tijd in de vuurlinie voor de bevrijding. Ook de bomen vielen toen ten offer.
Het kapelletje is de bewoners zeer dierbaar. Het is iets eigens, gebouwd door de voorvaderen. Vooral de ouderen,voor wie de  weg naar de parochiekerk te ver is, komen hier graag bidden. Steeds branden er kaarsen  voor het mariabeeld. Het initiatief tot het bouwen zou genomen zijn door twee jonggezellen L. Houben en H. Ridderbex.
Enige mannen,  waaronder W. Brandts, reisden naar de bisschop en ontvingen een altaarsteen.

De eerste koster was Math. Hintzen, die dit ambt vervulde tot 1887. Hij werd opgevolgd door Gerard Bodens en Andr. Hensgens.Daarna werd het ambt gezamenlijk uitgeoefend door oa  W.Brandts, W. Houben,  Chr. Dauven, W. Hensgens en E. Vergossen.
De tegenwoordige (1959) koster is P.van Lumich.
In de loop der jaren is er niet veel veranderd in Spaansch Huisken.
Peeters spreekt In 1887 van twaalf huizen. Thans zijn het er vijftien met rond twintig gezinnen en negentig inwoners. Wel is het meer uit zijn isolement verlost door de prachtige verkeersweg, die er langs loopt.
Bij een vijfsprong staat een eenvoudig kruis dat het volgende zinvolle opschrift draagt:

Funf Wunden bluten hier

Wanderer zur Labung dir

Funf wege hier scheiden

Die Welt voll Trug und Leiden,

Wanderer, Wanderer labe dich

Und vergisz die Quelle nicht!!


DE HERDENKING augustus 1959

Zaterdag om half zeven zal vanuit de parochiekerk te Koningsbosch een processie met bruidjes en de harmonie naar de kapel trekken waar op plechtige wijze dank zal worden gebracht. Daarna zal de harmonie een concert geven. Ongetwijfeld zullen velen ook van buiten Koningsbosch, dit eeuwfeest meemaken.

Zaterdag vierden de bewoners van Spaansch Huisken het honderdjarig bestaan van hun kapel. Sinds lange jaren wordt het voorrecht genoten dat in deze kapel mis gelezen mag worden. De viering van het eeuwfeest werd dan ook ingezet met een plechtige H.Mis opgedragen door pastoor de Winter van Koningsbosch.

Een zangkoor heeft dit gehucht natuurlijk niet. De vaste gezangen werden gezongen door alle aanwezigen o.L.V. Johan Brandts. De bewoners hadden uitzonderlijk veel werk gemaakt van de versiering.

De kapel zelf was een weelde van bloemen en de ingang was rijk versierd,zodat de kapel er lag als een kostbaar kleinood tussen groen en bloemen. Een dierbaar kleinood is dit eenvoudige kapelletje steeds geweest voor de bewoners. Te dierbaarder, omdat het de vaders van de huidige bewoners zijn geweest die het bouwden met eigen handen. In de avonduren trok een lange processie vanaf de kerk van Koningsbosch naar de kapel. Het was een ontroerend moment toen deze processie aankwam terwijl het klokje klepte. Terwijl de harmonie een processiemars blies stelden de bruidjes zich op voor de kapel.

Pastoor de Winter hield een zinvolle toespraak. .."Vol vreugde zijn we hiernaar toe gekomen om Onze Lieve Vrouw te bedanken voor de vele genaden en gunsten die we mochten ontvangen", zo begon de pastoor zijn toespraak.

Hij trok een vergelijking tussen dit kapelletje en twee andere kapellen. Een in Italië waar Maria wordt vereerd als O. L. Vrouw van de Straat. In Zwitserland staat op een hoge berg een kapel voor O.L. Vrouw des passants. Lopen,jagen en jachten is het kenmerk van deze tijd. De pastoor trok deze slotconclusie: "Is dit gejaag alleen maar voor het aardse, is het niet zo dat Maria, waar ze wordt vereerd noodt tot bezinning, tot een ogenblik van nadenken en gebed. Het is alsof ze zegt; gij die voorbij gaat, wacht een ogenblik".

Het was een eenvoudige plechtigheid aan de kapel. Er werden enkele Maria liederen gezongen en pastoor de Winter gaf zijn priesterlijk zegen. Daarna concerteerde de harmonie.


 

 
 


Kermis
KONINGSBOSCH  "een kermis  zonder shimmy is geen kermis", bedacht de 10 jarige Erwin Coenen uit Koningsbosch een week geleden, toen hij hoorde dat de jaarlijkse  St.Gotharduskermis zondag 8 mei (1988) zonder shimmy of lunapark van start gaat.

De vierdeklasser van de basisschool ’t Keuningshofke pakte daarom pen en papier uit zijn schooltas en begon op school met handtekeningactie om de komst van een lunapark alsnog af te dwingen.

Marlie Gehlen en Sjors Schoenmakers vonden het idee zo’n  goed, dat ze Erwin spontaan hielpen bij het verzamelen van handtekeningen.
Ze haalden 111 handtekeningen op tijdens het speelkwartier, die ze aan burgemeester Bert Janssen van Echt willen aanbieden.

Hoe verklaart Erwin de grote bijval voor zijn initiatief? ,,Heel eenvoudig, zegt
hij, "de hele school wil dat er een shimmy op de kermis staat.
Het vorig jaar stond zo'n ding er ook. Waarom dit jaar dan niet? Nu komen er
alleen  rups, een schiettent, een carrousel en botsauto's".
"Voor de botsauto's zijn wij te klein en voor de carrousel te groot. Aan de rups hebben
we niks, want daar kun je geen dagkaart voor kopen, dat betekent dat we onze
centen zo kwijt zijn.Op een kennis hoort een lunapark thuis.",aldus Erwin.

De jeugdige actievoerder  hoopt dat burgemeester Janssen van Echt de wensen
van zijn medescholieren honoreert. Erwin, "Doet hij dat niet, dan hoop ik dat we tenminste volgend jaar een shimmy op de kermis hebben staan".

 

Erwin, Marlie en Sjors overhandigen de burgemeester de handtekeningen.

Dit jaar lukt het niet meer een shimmy op de kermis te zetten, vertelde de burgemeester, we zullen bekijken of dat het volgend jaar wel lukt, dat moeten we eerst met de wethouders bespreken.

Jullie krijgen in elk geval bericht, beloofde hij Erwin,  Marlie en Sjors, die tevreden huiswaarts gingen.



Januari 1988
Paard tegen auto in Koningsbosch
Van onze verslaggever
KONINGSBOSCH - Dinsdagmiddag reed de heer S. uit Schinnen op de Prinsenbaan te Koningsbosch met zijn auto tegen een paard.

Door onbekende oorzaak was een rijpaard van de heer P. uit Koningsbosch geschrokken en over de omheining van de wei gesprongen.
Het paard rende daarop de Prinsenbaan op en S. kon een botsing niet meer vermijden.
Het paard liep diverse sneden In de borst op,die door een dierenarts gehecht konden worden. De voorzijde en de gehele rechterzijde van de auto werden door de botsing beschadigd.


 
1988
Koninklijk zilver in Koningsbosch
Van onze verslaggever

KONINGSBOSCH - Burgemeester B. Janssen van Echt heeft gistermiddag de koninklijke onderscheiding in zilver, verbonden aan de orde Van Oranje-Nassau uitgereikt aan Mia Gerads uit de Karel V-straat 44 te Koningsbosch.

De 74-jarige Koningsbossche herdacht gisteren het feit dat zij 40 jaar onafgebroken huishoudster is geweest, en nu nog bij de familie Brandts aan de Kerk straat. Zij was ook dagelijks betrokken bij het opvoeden van de kinderen. In mei 1948 kwam zij in dienst bij de familie Brandts, waar ze een niet meer weg te denken maar tevens bescheiden persoonlijkheid is geworden van de fami1ie.



      

                                                           

   


AUTO GESTOLEN  14 december 1987
Koningsbosch van onze verslaggever

Bij een garagebedrijf aan de  Prinsenbaan is vrijdagnacht een Open Manta GTE 2.0 gestolen.

Hoewel het een ouder type auto was, had de wagen nog en waarde van ongeveer hfl.12.000.00 omdat hij was uitgerust met veel accessoirs.


25 augustus 1987
Gaswolk uit vuilniswagen
KONINGSBOSCH

Een gaswolk is gistermorgen uit een vuilniswagen op de Prinsenbaan in Koningsbosch ontsnapt. Dat gebeurde toen medewerkers van de vuilnisophaaldienst een vuilniszak met daarin een gevulde gas container in de wagen gooiden. Niemand raakte gewond.

Nadat het mechanisme in werking trad om de vuilnis te verpulveren, ontsnapte de gaswolk. De chauffeur van de wagen stopte onmiddellijk. In verband met ontploffingsgevaar bleven de medewerkers korte tijd op veilige afstand. Later werd de auto op de vuilstortplaats in Montfort geledigd. Men vond onderdelen van de kapot gemalen houder van de gasfles.

De politie verzoekt iedereen geen gasf1essen in vuilniszakken te stoppen.


 
Renovatie van de "kapel der genezingen"  te Koningsbosch   (1987)


Onlangs is de kapel op de hoek van de Koestraat-Molenweg in Koningsbosch grondig gerenoveerd door enkele  vrijwilligers.
Deze renovatie was dringend noodzakelijk, omdat het stucwerk en het schilderwerk van de meer dan 100 jaar oude kapel door vocht waren aangetast.
Momenteel zijn de wanden voorzien van schoonmetselwerk, het plafond is vernieuwd en er is een nieuw altaar geplaatst. Verder is de kapel, evenals de banken ernaast, opnieuw geverfd.

De kapel is in de negentiende eeuw gebouwd door Frans Nicolaas, Hoffmanns. Als iemand uit de omgeving ernstig ziek was/is, hield/houdt  men vaak een bidtocht voor genezing.
Vaak is iemand daardoor beter geworden, vandaar de naam: "kapel der genezing."

Giften en collectes in het verleden hebben deze renovatie financieel mogelijk gemaakt.
Elk jaar wordt er rond 15 augustus een H.Mis opgedragen bij het kapelke.

Buurtvereniging "t Kapelke"

 


Cafetaria 'Op de Boom'  van paardenstal tot moderne eetgelegenheid     (1987)

Koningsbosch-Spaanshuiske

Afgelopen maandag was er feest in het gehucht Spaanshuisken bij Koningsbosch.
Het kersverse ondernemerspaar Inge en Hen Gorissen openden het geheel nieuwe cafetaria "Op de boom" En passant vierde vader Heinz Gorissen het 60 jarig bestaansfeest van de aanpalende café met dezelfde naam.

Deze buurt staat bekend onder de naam "Op de Boom", zodoende hebben mijn ouders deze naam aan de zaak gegeven ,vertelt Heinz Gorissen.
Vroeger stond hier een oude lindeboom die zo dik was , dat drie volwassen mannen hem met gestrekte armen niet konden omspannen', legt Oma Gorissen verder uit. Nadat in de oorlog de boom kapotgeschoten - en iets later omgezaagd werd omdat hij dreigde om  te vallen- werd het een verzamelplaats voor de jeugd. Ze ontmoetten elkaar "op de boom" want hij was zo dik dat je er met een heleboel man op kon gaan zitten, al gauw heette de hele omgeving van de lindeboom "op de boom"

Het was Oma Gorissen die de familie Gorissen ondernemersgeest inblies, samen met haar man Corneliz, runde ze op dit adres vroeger een boerenbedrijf. Maar, ze wilde ook nog iets voor zichzelf hebben en in l927 opende ze een café annex kruidenier.
Friture
De kloeke dame runde deze twee zaken alleen tot 1964. Toen promoveerde haar zoon Heinz van hulp, tot eigenaar van het café.

Vier jaar geleden besloot  oma eindelijk van har welverdiende rust te gaan genieten ze was toen 84 jaar oud en draaide het bordje "geopend" voor de laatste keer naar "gesloten".
Ten tijde van de overname van het café Gorissen bedraaf zijn vrouw Elisabeth al ongeveer drie jaar de kunst van het frites bakken.
Begonnen in de paardenstal naast het café met een oude fritesketeltje -om het overschot van de aardappeloogst op een originele manier weg te werken- deed ze zulke goede zaken in de friturebussines dat de stal omgebouwd moest worden tot een friture met wat professionele apparatuur.
Een zakje frites ging toendertijd van de hand voor een kwartje.

Hen Dauven vertelt:"Mijn schoonbroer Kees(Peter) nam de zaak van moeder over, de huidige (1987) eigenaar.

Dat is nu 8 jaar (1987) geleden. Vorig jaar wilde hij de friture verkopen en toen hebben Inge en Hen besloten de zaak van hem over te nemen. De zaak ging zo goed dat Hen, < bouwvakker van beroep>  de oude friture tot de grond toe afbrak  en  een compleet nieuw cafetaria bouwde met een strakke moderne inrichting en frisse kleuren.

Originele tekst en foto van K.C.Pers- & Publiciteitsfotografie.

 



1987 Groot gevaar voor instorten....


Verenigingen moeten uit het oude schoolgebouw aan de Kerkstraat. Het dak lekt als een vergiet, een prullenbak moet het hemelwater opvangen.    

 


Spaanshuisken
Door WIM SCHULPEN SPAANSHUISKEN  30 december 1988
Bij Lobith komt de Rijn in ons land en bij Spaanshuisken is de grens zo lek als een mandje.

Er wordt sinds mensenheugenis gesmokkeld bij het leven, en vanaf  het moment dat de trek van asielzoekers naar de westerse wereld op gang kwam, zijn via dit Echts gehucht al honderden Tamils vanuit Duitsland moeiteloos Nederland binnengemarcheerd.

Afgelopen jaar, toen douane en marechaussee regelmatig nachtelijke controles gingen houden langs de “groene grens” tussen Swalmen en Koningsbosch, bleek dat Spaanshuisken nog steeds hèt Midden Limburgs knooppunt is van lieden die om duistere redenen liever niet bij daglicht de grens passeren. Geen wonder dat het handjevol inwoners van Spaanshuisken bij nacht en ontij vreemde geluiden hoort.

"Spaanshuisken is in smokkelkringen landelijk bekend; zeg maar een begrip."
Herman Cuijpers (66):geboren in een huis waarvan de woonkamer in Nederland en de achtertuin in Duitsland ligt, zegt het met enige trots.

En Herman kan het weten, van twee kanten zelfs. Hij was niet alleen grenswachter maar ook smokkelaar, gehuwd met de dochter van een smokkelaar.

 
Hein Vergossen (62), een door de wol geverfde ex smokkelaar uit Spaanshuisken, beaamt de woorden van Cuijpers volmondig. Hij voegt eraan toe: "Vroeger smokkelde bijna iedere inwoner van Spaanshuisken, baby's en grootmoeders uitgezonderd.

Het was een sport die wij geen smokkelen noemden. Je kon destijds beter spreken van 'landbouwkundige ruilacties'  waarbij het ging om eieren, tarwe, vlees - maar natuurlijk ook om sigaren en koffie."

In de keuken van huize Vergossen, waar het behaaglijk warm is en waar het naar koffie geurt, genieten Herman en Hein op een gure, asgrauwe decembermiddag, nog eens met ondeugende pretoogjes na, van hun smokkelavonturen uit een grijs verleden.
Herman Cuijpers kon bogen op de nodige jaren smokkelervaring, toen hij na de Tweede Wereldoorlog koos voor het metier van douanier. "Direct na de bevrijding kon ik bij de zogeheten grenswacht onder de pannen. Dat leverde Hfl.180,00 per maand op. Uitgerust met een karabijn en een revolver was het de bedoeling zoveel mogelijk smokkelaars in de kraag te grijpen. Maar als ik dan iemand met een pungel zag lopen, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de smokkelwaar ter waarde van een paar tientjes in beslag te. nemen.
Ik hàd een goede grenswacht kunnen zijn, want ik kende de kneepjes van het smokkelen uit de praktijk. Zo kun je bijvoorbeeld ook van een stroper de beste boswachter maken.

Karabijn

Als grenswachter had Cuijpers een luizenbaantje, want hij en zijn collega's die het grensgebied tussen Waldfeucht en Schalbruch moesten bewaken, waren bepaa1d geen fanatiekelingen. "Als het goed weer was lagen we de hele dag in het bos in de zon. Af en toe schoten we eens op een vogel om door onze voorraad kogels heen te komen. Die grenswacht stelde trouwens niet veel voor.

Ik heb eens de grendel uit de karabijn van een collega gehaald. Pas een maand later kwam hij erachter dat hij met zijn wapen niet meer kon schieten.
Cuijpers, die van 1945 tot 1947 grenswacht was, heeft in die periode zegge en schrijven één stroper aangehouden. En daar had hij een persoonlijke reden voor.
Het was een stinkrijke Nederlandse boer die een kar vol koren wilde smokkelen.
Ik schoot een paar kogels over zijn kop heen en hield hem aan. Dat deed ik omdat het een vreselijk onsymphatieke vent was die meende dat hij alles mocht. Hij was in Spaanshuisken dan ook gehaat.

Hein Vergossen smokkelde al toen hij nog in de korte broek rondliep. Moeiteloos diept hij de ene na de andere anekdote op. Als kind van twaalf jaar stak ik met eieren de grens over. Voor een ei van anderhalve cent kreeg je van de Duitsers twee cent.

Schapen waren in Duitsland goedkoper. Die haalden we via een leuke truc de grens over.Als kind liet je dan een paar schapen van je vader los en deed luid schreeuwend of ze waren uitgebroken. Ondertussen joeg je de dieren de grens over. Je ging dan bij voorbeeld met drie schapen van huis en kwam met vijf terug. De grensbewakers hadden dat niet door.

Duitse vrouwen kwamen  in Nederland hammen kopen. Ze hingen het vlees onder hun kinderwagen. Moeders met kinderwagens werden nooit gecontroleerd.
Er waren ook smokkelaars die door eigen domheid tegen de lamp liepen. Zo woonde in Spaanshuisken een man die sigaren in Duitsland verpatste. Bij het passeren van twee douaniers zei hij op een keer vriendelijk: 'Goedemorgen heren!' Hij nam daarbij per vergissing de hoed af, en …..pats, daar lagen de sigaren op de grond

Herman Cuijpers vult aan:
"Toen de grenswacht nog bestond, kwam het vaak voor dat smokkelaars juist met opzet iets lieten vallen. Je raapte dat dan op en liet ze ongestoord hun gang gaan. Het was een soort vin- dersloon om ons om te kopen."

Kogels
In 1947,  toen de grenswachters werden vervangen door goed opgeleide douaniers, kregen de smokkelaars er geduchte tegenstanders bij.
"Dat waren fanatiekelingen", herinnert Vergossen zich. "Ze reden op zware motoren. Amerikaanse Harley - Davidsons waren het, waarmee ze je overal achtervolgden, tot op de akkers en in je eigen schuur toe. Toen zij kwamen werd het smokkelen ineens nachtwerk, want overdag waren de risico's veel te groot geworden. Die motorjongens losten geen twee waarschuwingsschoten als ze een smokkelaar zagen.
Na de eerste kogel werd al meteen gericht gevuurd.

Herman Cuijpers en Hein Vergossen behoren tot het vergrijsde legioen van oud smokkelaars voor wie smokkelen een sport, maar vaker nog, een bittere noodzaak was.
Cuijpers: Vroeger waren de mensen straatarm. Ik werkte in Echt op een Steenfabriek voor een hongerloontje. Je smokkelde om  iets bij te verdienen. Je maakte kleine winstjes.
Aan die tijd kwam aan het begin van de jaren zestig een eind.Het was een mooie, maar ook een spannende tijd.Telkens als je de grens overstak met smokkelwaar, zat je in de zenuwen.





Vergossen: Nu wordt er in het groot gesmokkeld. 's Nachts gaan hier complete vrachtwagens met smokkelwaar de grens over. Hier is de afgelopen kwarteeuw voor miljoenen aan invoerrechten ontdoken.

Je hoort hier 's nachts de vreemdste geluiden. Op een avond zat ik voor de televisie naar 'Cannon' te kijken, toen ik buiten plotseling vreemde geluiden hoorde. Ik ging kijken, en ja hoor: op mijn erf hadden twee Duitse douaniers een Nederlandse drugssmokkelaar te pakken. Het bleek een jongen uit Breda te zijn. Hij schreeuwde: 'Help! Help! Haal de politie! Ze willen me meenemen naar Duitsland!' Ik heb toen direct de rijkspolitie gebeld. Dat die knul bang was om mee teruggenomen te worden, was nogal logisch, want in Duitsland ga je voor drugssmokkel veel langer de bajes in dan in Nederland.
Zijn vriendin hebben ze op Duits grondgebied gepakt, die heeft daar vier jaar in de petoet gezeten.
Reactie op dit artikel: Bovenstaand artikel is een geweldige weergave van het leven in de grensdorpen in de naoorlogse jaren.

Foto 1957




ZATERDAG 6 JUNI 1987
Ik word 's morgens nog steeds om zes uur wakker

In het melklokaal van Theo en Mia Schroeder wordt alleen nog een melkapparaat bewaard, terwijl aan de muur nog een hele rij diplo­ma's hangen, waarop met grote letters 'Gradatie l' staat.


KONINGSBOSCH - "Ik heb mijn melk aan de minister verkocht", vertelt Theo Schroeder uit het Limburgse Koningsbosch. Enkele dagen geleden stond hij nog, samen met zijn vrouw Mia, in het middelpunt der belangstelling. Schroeder is een van de zeventien melkveehouders, die door Campina werden gehuldigd omdat zij 15 jaar eersteklas melk hadden geleverd. Enkele uren later kwam het echtpaar uit Koningsbosch, rijk beladen met geschenken, een trofee en het laatste diploma, thuis in een lege melkstal aan.

Schroeder heeft, om meerde redenen, afstand gedaan van zijn melkquotum. "Wij hadden graag 20 keer eersteklas melk vol gemaakt, maar de tijd is te onzeker", aldus Mia Schroeder. Dat de veehouder zijn quo­tum aan de minister verkocht, komt omdat Schroeder zijn grond wilde houden. Als hij het op de vrije markt zou hebben verkocht zou er grond bij heb­ben gemoeten.

Zes koeien
Dertig jaar geleden trouwde het paar. Zij gingen inwonen op de boerderij van de ouders van Theo in Koningsbosch. Acht jaar later, in 1965, namen zij het bedrijf over, waar toen zes koei­en werden gemolken. Later kwamen er varkens bij en ging men zich toeleggen op de augurkenteelt. De veestapel groeide stilaan uit tot 52 melkkoeien.

Door de melkbeperkende maatregelen, zoals superhef­fing, vetquotering en melkquo­ta, stonden er het vorig jaar nog maar 42 roodbonten en Ameri­kaanse kruisingen op stal.
"Het zijn niet uitsluitend de afgekondigde maatregelen die ons hebben doen besluiten om te stoppen. Van de vier kinderen wil niemand het bedrijf overne­men", zegt Theo Schroeder.

"Daarbij komt dat wij zeker 60.000 gulden zouden moeten investeren in nieuwe mestopslag. Wanneer één van de kinderen boer had willen worden was dat geen probleem geweest", zegt boerin Mia.
Tien van de beste koeien zijn gekocht door een collega in Ko­ningsbosch. Daar gaat Theo nog wel eens naar toe wanneer hij zijn melkkoeien erg mist. "Be­halve de sleur is ook de hobby weggevallen. De dagen zijn nu erg lang. Ook al hoef ik niet meer te melken, ik ben 's mo gens toch om 6 uur wakker. Wanneer je 40 jaar op tijd uit de veren moest om te melken staat je hele gestel naar dat vroege tijdstip", zegt Theo. De periode tussen 5 en 7 uur 's avonds lijkt soms een eeuwigheid.
Het feit dat het echtpaar niet meer hoeft te melken betekent niet dat de koeien van het bedrijf verdwenen zijn. Schroeder en zijn vrouw zijn overgeschakeld op het mesten van vee. In de 12 hectare grote huiskavel, die door de ruilverkaveling in één groot blok achter de boerderij ligt, lopen tien zoogkoeien met kalfjes, het nodige jongvee en droogstaande koeien.
Er is één koe bij die twee jaar geleden een drieling wierp die 88 kilo woog. De koe is het voeden van meerdere kalfjes nog niet verleerd. "Er drinken wel vier kalfjes bij", zegt Mia.

Proper

Het 15 jaar onafgebroken leveren van eersteklas melk begint bij proper werken, aldus Theo. "Toen we nog 20 koeien hadden roskamde ik alle koeien en waste de staarten iedere dag. Goed en kort melken is een andere vereiste. Als de melk eenmaal in het melklokaal is, moet je het overlaten aan de vrouw".

Belangrijk is het in de gaten houden van de kiemtelling. "Die kan niet laag genoeg zijn. Wij hadden altijd een kiemgetal van rond de 10. We maakten de leidingen een keer per dag schoon. 's Avonds werden de leidingen doorgespoeld met heet water".

Diploma's

Het 15e diploma krijgt een extra fraaie lijst en wordt in de goede kamer opgehangen. "Vroeger kon ie­dere 'gek' boeren. Nu moet je geschoold zijn. Ik raad iedere jonge boer aan alle scholen te volgen die mogelijk zijn", aldus Schroeder, die al 11 jaar voorzit­ter is van de plaatselijke LLTB-afdeling. "Alleen met lagere school kun je vandaag niet meer mee. De administratie en de boekhouding zijn te ingewikkeld. Wanneer je vroeger uit school kwam kon je de overal aantrekken en aan de slag gaan. Zo heb ik het vak geleerd. De veestallen heb ik zelf uitgebreid. Ik ben te oud begonnen als zelf­standige maar ik ben nog altijd trots op mijn boer zijn".
 



Uit de krant van lang geleden...
Wielrenners tot ver in binnen- en buitenland bekend.

Zoals het dorp St. Willibrord in Noord-Brabant in onze dagen gewoonlijk niet het eerst aan de Nederlandse kerkpatroon doet denken, gaan voor Koningsbosch in Limburg niet de eerste gedachten naar een vorstelijke persoonlijkheid.  Wel naar wielrenners!
Heeft de grens - in het eerste geval de Belgische, in het andere de Duitse- daar iets mee te maken? Indirect zeer zeker, maar wij willen ons niet in de historische sociale problemen van afgelegen plaatsen in grensgebieden verdiepen.

Wat Koningsbosch betreft is er voor de wielrennerij zeker één aanknopingspunt in Duitsland: daar werd vroeger nogal aan kunstrijden op de fiets gedaan. In de wielerwereld was dat een soort cabaret, zo vertelt ons Jan Schröder, vader van de gelijknamige zoon, die vandaag met vijf andere uitverkorenen Nederland vertegenwoordigt op de wereldkampioenschappen te Bern.

Pa Schröder die in zijn jonge jaren eveneens met animo en succes de wielrensport beoefend heeft, heeft daar aardige herinneringen aan.

Hetzelfde geldt trouwens voor Peter van der Borgh, vader van de bekende Mart. Zoals de Junioren _ voor zover al niet officieel ”senior" -  thans ver van huis triomfen vieren en daarmee de plaatsnaam Koningsbosch bekendheid geven, zo reden de senioren zonder officiële wielerstatus als oprechte amateurs dichter bij huis hun grasbaan- en wegwedstrijden.

Al doende hebben de ouderen de weg bereid voor de tweede generatie Koningsbossche wielrenners. De tocht heen en terug naar het dagelijks werk, de mijn, betekende een deugdelijke oefening, die vaak geïntensiveerd werd door een omweg. Overigens trainen de jongens vandaag de dag heel wat prettiger op de gladde wegen. Van der Borgh sr., die 16 jaar binnendoor - over de Selfkant,  naar de staatsmijn Hendrik reed, moest soms afstappen en met de fiets op de nek een stukje door het veld lopen, zo slecht waren de wegen!
Naar huis reed hij gewoonlijk met een omweg, achter de bussen aan. Ook dat is al lang niet meer mogelijk (en gewenst)

De mijn was in die dagen - we spreken van 30-40 jaar geleden, een uitkomst voor het arme Koningsbosch, dat nu zo'n welvarende indruk maakt.En aangezien er in de tijd, toen vrijetijdsbesteding nog niet als probleem aan de orde was gesteld, op de zondagen weinig te beleven was, kreeg de dagelijkse rit dan een verlengstuk in de vorm van fietswedstrijden voor het plezier. En plezierig is het toen geweest!... anders konden de ouderen er niet zo enthousiast over vertellen.

De jongeren vonden thuis meer begrip voor hun sport, al heeft het ook hen soms moeite gekost om de toestemming der ouwelui te krijgen. Café Schröder is nu een verzamelpunt voor wielrenners en supporters met begrip voor hun sport, al heeft het hen soms moeite gekost om de toestemming der ouwelui te krijgen.
Maar bij Schröder sr. thuis "scholden" ze op de wielersport. Koningsbosch telt thans vijf bekende renners: Mart van der Borgh, Jan Schröder, Frits Knoops. Maan Laugs en Theo Moors.
Sinds hun debuut als amateur zijn ze allemaal lid van de Tour-en Wielerclub “Maastricht", na eerst als junior en senior op fraaie wijze de kleuren van de Wielerclub "Echt" te hebben verdedigd.

Een wielrenner zit een stuk van de dag "op de baan". Als er geen wedstrijden zijn, is er de noodzakelijke training.

Wij troffen het bepaald toen wij bij een bezoek aan Koningsbosch er vier thuis vonden. Alleen Jan Schröder jr. was ergens ver weg aan het rijden, maar voor hem deed papa wel het woord!

Mart van der Borgh stond de fiets te repareren. Ook dat hoort bij het vak en kan zelfs een belangrijke voorzorg voor het succes zijn.Hij had er bovendien aardig gezelschap bij in de persoon van zijn verloofde, Riet Leijting uit Arnhem, die op vakantie was. Buiten was papa met de hond bezig. Een felle en bepaald niet mak uitziende bouvier, maar het was juist een kolfje naar de hand van deze hondenvriend en -kenner, een dergelijk exemplaar goed af te richten.

 
Mart is eigenlijk electriciën-instrumentenmaker - hij heeft de ambachtschool afgemaakt- van beroep.Vooral het instrumenten maken komt hem in het wielervak vaak van pas.Met vaardige hand hanteert hij sleutels, schroevendraaiers en tussendoor vertelt hij nuchter over het werk en de resultaten.In de jaren 1950 - 53 junior en senior in de RK.N.W.B. (toen nog W.F.L) Juli 1952 overgestapt naar de amateurs en daar meteen bij de topfiguren:

1954 fraai derde in de wereldkampioenschappen te Sölingen, hetzelfde jaar succes in de Ronde van Limburg (de overwinningsbloemen hangen nog aan de muur); ereplaatsen in bekende meerdaagse koersen als Ronde van Belgisch-Limburg.Ronde van Joegoslavië en Vierdaagse van Berlijn;voorts tientallen klinkende successen in kleinere wedstrijden. In 1957 prof en als zodanig drie maal (1958, 1959 en 1960) uitverkoren voor de Tour de France, welke monsterrit hij vorig jaar uitreed. In tegenstelling tot 1958 toen hij, na een schitterend debuut, door een zware val moest staken.

Mart gaat maar voorbij aan zijn andere prof-successen:
In de Rondes van België, Duitsland, Luxemburg, Zwitserland en op de Belgische wegen. Het gaat niet altijd even gemakkelijk. Men kan pech hebben, een enkele valpartij kan zelfs geprolongeerde pech betekenen, maar dat hoort er nu eenmaal bij....

Aan voorbereiding en voorzorg ontbreekt het hem in elk geval niet: dat ziet men hier in de werkplaats. Werkbank, reparatiemateriaal, onderdelen, het is allemaal even keurig verzorgd en gerangschikt. In het rek staan verschillende racekarretjes, daarboven hangen de nodige reservewielen. En in de serre een klinkende en blinkende collectie bekers en andere trofeeën.

Of wielersport iets met erfelijke aanleg te maken heeft weten wij niet. In ieder geval is de moeder van Maan Laugs, die ons tweede bezoek geldt, een zuster van vader vd. Borgh..Van Maan's fietskunst heeft o.a. de Maas- en Roerbode geprofiteerd.
De relatie dateert al van begin 1942, toen ons blad nog De Nieuwe Koerier heette.
Vader Laugs zaliger was onze bode en Maan hielp hem al vanaf zijn 6e jaar.

 

Toen vader in 1953 overleed, nam Maan - toen 13 - officieel de functie van bode over en thans wordt hij op zijn beurt alweer door broertje Willy bij het bezorgen geholpen. Tot voor kort behoorde ook Diergaarde tot zijn rayon.

Maan heeft een enorm aantal kilometers gemaakt met de krant. En zonder de krant!
Waarmee niet gezegd is, dat het officiële wielrennen direct de instemming had van mama, al behoort ze nu met haar tweede man tot zijn toegewijdste supporters. Nee, mam was er eerst ronduit op tegen en ze zag met lede ogen haar jongen trainen en aan plaatselijke wedstrijden deelnemen."Laot dae jong det plezeer toch", zeiden de mensen.
Zij liet zich verbidden en heeft er achteraf geen spijt van gehad.

De sport heeft ook goede kanten: zo hangen de jongens niet in café's rond, vind moeder, die er zelf het fietsen niet bij verleerd heeft. Met de fiets is ze,soms in stromende  regen naar Maaseik, Bocholtz, Ubachsberg  en andere vrij ver gelegen plaatsen gereden om naar wedstrijden te kijken, waarin haar jongen uitkwam. En ook verloofde Elly Wolters uit Posterholt, kan men overal langs het lijntje aantreffen.
Maan Laugs was in de jaren 1957-'59 een der topfiguren bij de RK.N.W.B. waarin hij vooral als senior vele eerste prijzen behaalde. Vooral als bijzonder strijdlustig tempo-rijder is hij bij het publiek zeer gezien. Als amateur (sinds verleden jaar) heeft hij eveneens in Limburg een goede naam, al heeft hij rijkelijk ervaren, wat tegenslag betekent. In juni j.l. reed hij een goede vierdaagse van Belgisch-Limburg en ook verder staat hij op de uitslagenlijst steeds bij de eersten.

Frits Knoops, sinds verleden jaarsemi-prof, heeft het ook al van geen vreemden.
Zijn vader zaliger, behoorde eveneens tot het groepje, dat in de twintiger jaren aan de oude grasbaan- en wegwedstrijden deelnam, terwijl een oudere broer zijn voorbeeld was bij de "wilde" ronden. Frits, die bedieningsvakman is op het SBB, kwam in 1954 voor het eerst uit op een koers te Roggel. Sjra Vergoossen won en mijn broer werd tweede", herinnert hij zich.

En dan gaat het gesprek meteen door over allerlei wedstrijden, waarbij blijkt dat hij nog een heel programma voor de boeg heeft. Anderhalf jaar na zijn debuut ging hij over naar de senioren. Als junior boekte hij tien, als senior eveneens tien overwinningen. In '57 werd hij amateur en de volgende drie jaren reed hij circa 200 wedstrijden, waarvan diverse hem een eerste prijs en een legio aantal een ereprijzen opbrachten.

 

Frits is vooral goed op dreef in zware meerdaagse koersen waarvoor hij dan ook vaak wordt afgevaardigd: Olympia's Tour door Nederland (2x), Vierdaagse Berlijn. Omloop der Twaalf Kantons (Luxemburg) en Ronde van Joegoslavië (1958).
Twee jaar geleden werd hij voorgoed een nationale topfiguur door zijn schitterende tweede plaats in de tiendaagse Ronde van Tunesië, waarin hij als enige Nederlander de zware strijd door de kleine Sahara en andere warme gebieden volbracht.

"Warmte kan een tour ontzettend zwaar maken", zegt hij. Hij heeft het dit jaar opnieuw ondervonden in Tunesië waar hij als eervolle 4de eindigde - en in deTour de l' Avenir waarin het eveneens  buitengewoon heet was. Als onafhankelijke heeft hij ook in andere wedstrijden van zich doen spreken o.a. in de Rondes van Nederland, Zwitserland en België. waarin hij met de beroepsrenners meereed.

Toen Thei Moors, die aan de andere kant van Koningsbosch aan de Prinsenbaan woont, thuis met zijn meer officiële wielerplannen kwam, ondervond hij nogal wat bezwaren.
De familie Moors heeft een boerenbedrijf. Dat betekent dat bij het werk met jaargetijden, weersgesteldheid en allerlei andere factoren rekening moet worden gehouden.

Thei heeft inmiddels bewezen, dat zijn sport goed verenigbaar is met andere werkzaamheden - van zijn vak hij is bankwerker-automonteur hij (hij heeft de ambachtsschool en de MULO afgemaakt), en zijn huisgenoten gaan vaak mee, als hij ergens in een wedstrijd uitkomt. Hij rijdt, evenals trouwens de Koningsbossche renners in het algemeen, veel in België, waar ook in de week de nodige koersen zijn.

 

Zijn eerste wielersucces boekte hij al toen hij.... 12 jaar was. Hij won toen de eerste Driedaagse van Echt en was meteen volop junior. In 1954 brak hij voorgoed door. Eerst bij de junioren, daarna bij de senioren, reed hij van de ene overwinning naar de andere en in '58 werd hij te Leeuwen kampioen van de RK.N.W.B. Limburg, terwijl hij omstreeks dezelfde tijd het militaire kampioenschap op zijn naam bracht.
Als amateur - sinds verleden jaar _ heeft hij nog niet zo zeer van zich doen spreken, maar in de Ronde van Belgisch Limburg en andere Belgische koersen veel ervaring opgedaan, waarvan de laatste maanden de gunstige gevolgen zijn gebleken.

De renners van Koningsbosch ondervinden veel krachtige morele steun van de plaatselijke gemeenschap van de supporters in de omgeving, ook aan de overzijde van de grens. Toen ze een jaar of drie-vier geleden nog in de Wielerfederatie uitkwamen,ging er elke zondag voor de supporters een bus mee, die gewoonlijk te klein was om de belangstellenden te bevatten. Bij een overwinning is heel het dorp in feeststemming en lokaal Schröder welhaast te klein.

Toen Frits Knoops twee jaar geleden na zijn succes in Tunesië arriveerde, stonden de fanfare, de jeugdbeweging en talloze andere belangstellenden gereed om hem te verwelkomen,  zoals Mart van der Borgh talrijke blijken van medeleven kreeg na zijn pech in de Tour de France.

En heel Koningsbosch is nu al in gespannen verwachting van wat Jan Schröder in Bern zal presteren. Jan is pas 20 jaar, maar hij was er dan ook al heel vroeg bij. Jan sr. vertelt met trots dat zoonlief al met 11 jaar de Driedaagse van Echt op zijn naam schreef. Als junior legde hij in de periode 1957 tot ongeveer halfweg het seizoen '59 op tientallen eerste prijzen beslag, om daarna in dezelfde stijl bij de senioren door te gaan. Gaandeweg leerde men hem kennen als de razendsnelle Schröder, tevens een bijzonder strijdlustige renner, die nooit de kat uit de boom kijkt. Vorig jaar werd hij amateur. Sindsdien heeft hij al een twintig overwinningen op zijn naam gebracht en vooral zijn recente overwinning in de "klassieke" Omloop der Kempen stempelde hem tot een veelbelovend renner.

Schröder, Van der Borgh, Knoops, Laugs. Moors.... Klinkende namen, die het afgelegen kerkdorp bekendheid hebben gegeven. Wellicht zou het anders zijn, als er in Koningsbosch al niet een wielertraditie was geweest. Een traditie, die gevormd werd door de vorige generatie in wedstrijden op vooroorlogse wegen, in weiden en "kuipkes". De tijden zijn veranderd, ook in de praktische wielersportbeoefening.
De nieuwe generatie voelt er blijkbaar weinig meer voor. Koningsbosch mist de jongeren die al op prille leeftijd en op een gewone fiets hun eerste overwinning boeken. Maar supporters-belangstelling is er bij jong en oud.

Zoals de ouden zongen.....
Vandaag de dag rijden de renners met de auto naar hun wedstrijden toe. Dat is wel nodig, nu ze zo ver van huis gaan. De oudere generatie fietste naar de koers en terug. "Er was practisch geen verkeer", vertelt Peter Johan (Jeng) van der Borgh (55). Men kon zonder moeite een wegwedstrijd houden. Er werd gewoon gezegd: om zo laat starten we. Een politieman hadden we niet nodig. Alleen een motor die ons volgde. Er werden meest grasbaanwedstrijden gereden. Dat gebeurde op een wei waar wat paaltjes waren uitgezet, waaraan een wasdraad was vastgemaakt.

Vooral in Susteren werd daar veel aan gedaan. Het clublokaal was in het nog bestaande café Claessen. We hadden een fietsclub te Koningsbosch en op de wedstrijden troffen we de amateurs van andere plaatsen: Sjier den Haas, Sjengske Jessen, Bair van 001, alle drie uit Susteren, Louis Motké uit Roermond en anderen.

Hier in Koningsbosch had men Sjang de Kuper (Cuypers), Joep van Cruchten (die nu boswachter is), Sjier Knoops (de vader van Frits). Ik had een goede fiets,een Mol uit Ossendrecht.

Er waren hier toen maar twee merken renfietsen, ..Mol" en ..Magneet". In België was de Houwaert een goed merk.
Van der Borgh sr., die geboortig is van Posterholt, is 38 jaar op de staatsmijn Hendrik geweest. Daarvan is hij er 16 met de fiets dagelijks heen en weer gereden. Nu is het van Koningsbosch naar Brunssum niet zo ver met die nieuwe rechte weg door de Zelfkant, maar vroeger lag de virtuele afstand wel even anders. Begin van dit jaar is van der Borgh gepensioneerd. Superieuren en collega's op de mijn - waar hij o.a. instructeur van de hulphouwers was - hebben toen eens achter zijn rug om gepolst voor een afscheidsgeschenk. Hij heeft altijd met veel plezier honden gehouden en afgericht. Toen heeft men geredeneerd: voor een renfiets wordt hij te oud (wat helemaal niet wil zeggen dat hij oud is: zelfs na die vele mijnjaren ziet hij er patent uit); laten we hem een hond cadeau doen.

 

Zo is hij aan zijn fraaie ras-bouvier gekomen. Een andere verrassing kwam einde april: de eremedalje in brons, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau.

Jan Schröder sr., die in zijn 60e is. heeft op die grasbanen en ook op de weg en in "kuipkes" nogal wat successen geboekt.Ook hij vond een dagelijkse trainingsweg naar de mijn en terug naar huis. Tien jaar is hij op de Oranje Nassau 3 in Heerlerheide geweest. Daarna dat was in '39) begon hij zijn café.

Schröder is zelfs in zijn praten snel: hij struikelt haast over zijn woor- den. als hij vertelt over wedstrijden in Susteren, Grevenbicht, Urmond en vele andere plaatsen, waar hij bijna altijd als winnaar uit te voorschijn kwam.De eerste keer al. ..ik lag op de derde plaats maar toen het er op aan kwam, knapten mijn twee voorgangers af en ik won de wedstrijd.

Ik heb 26 eerste prijzen en een 2e gewonnen op gras weg en baan.De grintwegen kostten op tijd nieuw materiaal. Ieder maand had ik een nieuwe ketting nodig.....
Hij herinnert zich nog een lemen baan in Weert in de hei.
Een rond kuipke van ongeveer 250 meter. In Blerick, Sittard en Urmond heeft men die ook gekend. Daar reed hij o.a. met zijn dorpsgenoten Sjier Knoops (de vader van Frits) en Frits Reijans, die nu allebei al dood zijn. En natuurlijk ook per fiets naar de plaats van actie en terug naar huis. De prijzen waren bescheiden.

Geldprijsjes van een gulden of vijf.  De zwaarste, die Schröder zich herinnert, was f 25.- en medaljes. Zowel de sport als de sportieve belangstelling zijn in de familie gebleven.
Zoals Jan jr. een beste wielrenner is, doet zoon Piet het als voetballer best. En bij wielerwedstrijden waaraan de ene zoon deelneemt, zijn vaak naast pa en ma de andere broers en de zes zusters van de partij.



1986
     
 


Hondensjees
Naar het voorbeeld van een sulky die je op draf- en renbanen ziet, maakte een inwoner van
Koningsbosch een hondensjees voor zijn zoontje Dennis.
Een boxer doet dienst als trekpaard


Foto: JAN-P AUL KUIT
Uit de krant van…….????


13 maart 1986
Bouw school Koningsbosch start morgen.


 
KONINGSBOSCH.
Deze week nog wordt aan het Koningsplein in Koningsbosch begonnen met de bouw van een nieuwe basisschool.

Morgen gaat de eerste spade in de grond. Voor het project schreven vier aannemers in, waarbij de firma Straus-Van Mierlo uit Roermond met Hfl. 734.600 (exclusief BTW) als laagste inschrijver uit de bus kwam.
(van onze verslaggever)
KONINGSBOSCH.

Burgemeester dr. W.Heemskerk van Echt heeft gistermiddag in Koningsbosch het startsein gegeven voor  de bouw van een nieuwe basisschool.
Hij stak daarbij niet de traditionele <eerste spade> in de bouwgrond aan het Koningsplein, doch plaatse een bord waarop staat te lezen dat op de deze plek de school verrijst. Bij die officiële daad waren alle kinderen uit het dorp aanwezig die straks de nieuwbouw gaan bezoeken. Onlangs stelde de gemeenteraad van Echt (onder fel protest van de oppositie) voor het project Hfl.750.000 beschikbaar. De totale stichtingskosten, die voor een belangrijk deel door subsidies worden gedekt zijn echter geraamd op 1.4 miljoen gulden.

Goede Zaak
Burgemeester Heemskerk zei in zijn  toespraak dat het een zeer goede zaak is dat Koningsbosch een nieuwe school krijgt, aangezien de kleuters in een afgekeurd gebouw zitten en de oudere leerlingen in een accommodatie die aan de "verkeerde" kant van de zeer drukke Prinsenbaan ligt, zodat er dagelijks gevaarlijke situaties ontstaan als de leerlingen deze verkeersader over moeten steken.
Los van de onderwijs- en veiligheidsaspecten noemde Heemskerk de bouw van de school een goed "opkikkertje"voor Koningsbosch.

 



Wijngaard 1986
Langs de Waldfeuchterbaan in Echterbosch-Koningsbosch rijpen dit jaar (1986) voor de 1e keer de druiven aan de wijnstokken van Nederlands noordelijkste wijngaard bij de heer
Th.Coenemans.
De naam van de wijn wordt:
"Grand vin de Kentoear"
 



 



 

 


Mei 1982
door JAN SEUREN.    
Juliana K behaalde alle titels, 3 elftallen kampioen in hun klasse
KONINGSBOSCH
De voetbalsport vierde de laatste weken hoogtij in Koningsbosch.Voetbal was het gesprek van de dag in de gemeente vlakbij de Duitse grens. Geen wonder ook. Drie seniorenelftallen van de plaa1selijke voetbalclub Juliana werden kampioen. Bovendien telt de ruim 120 leden tellende vereniging, slechts drie seniorenelftallen die In de Afdeling Limburg uitkomen. Het ene feest volgde erg snel na het andere.De voetbalfanaten kregen nauwelijks gelegenheid om hun lichaam weer aan de gewone gang van zaken te doen wennen.

Dinsdagavond 25 mei is een groot gedeelte van het bestuur en spelers verzameld in de kantine van de club uit de afdeling Limburg.Bestuur en leden mogen inderdaad bijzonder trots zijn op de prestaties die door de elftallen zijn neergezet.Het derde elftal werd ongeslagen kampioen met vijf verliespunten (5 gelijke spelen), het tweede elftal deed het nog beter en hoefde slechts één punt aan de concurrentie af te geven

Meet
Spannender maakte het Juliana 1 voor haar supporters. Frits Knoops, ooit een bekend en succesvol wielrenner vatte de closed-finish als volgt samen.

"Juliana werd kampioen op de meet". Voorzitter Jan Geurts beaamt de uitspraak volmondig,
Hij: "Ons eerste elftal moet nog twee halve wedstrijden inhalen. In Ohé en Laak moesten wij een afgebroken wedstrijd tegen Walburgia inhalen en beginnen met een 2-0 voorsprong. Thuis diende tegen RKVVB, ook nog titelkandidaat die zelfs voor haar laatste kans vocht, een half uur gespeeld te worden met  1-0 stand in  het voordeel van Juliana. Wij moesten wel met tien spelers spelen. Gelukkig redden wij het. Verleden jaar zijn we In de eindsprint door SHH geklopt, nu kunnen we zelf feestvieren".
Juliana dus weer terug in de eerste klasse afdeling Limburg.
Een klasse waar de club twee seizoenen geleden uit degradeerde. Nu werd ook een punt gezet achter de moeilijke periode, waar de club mee worstelde

In het verleden zijn we erg veel spelers kwijtgeraakt aan EHC. A1mania en RFC. Bovendien begonnen toen enkele spelers met zaalvoetbal. Van het kampioenselftal dat in 1974 naar de KNVB promoveerde zijn op dit moment nog vier spelers in het eerste elftal actief en wij hadden toen een ontzettend jong team. Nu bedraagt de gemiddelde leeftijd van ons basisteam 23 jaar.De andere twee elftallen zijn nog zeer jong, zodat we voorlopig de toekomst wel aan moeten kunnen.

Anton Nelissen,de nestor van de vereniging zit er stil maar voldaan bij.Hij geniet intens van het succes van zijn club die hij In 1924 mede oprichtte.
"Dhr. Nelissen heeft bijzonder veel verdiensten voor de vereniging.

Elk jaar organiseren wij een toernooi dat naar hem genoemd wordt", besluit Jan Geurts.


Jo Herfs en zijn ploeg
Sinterklaas


 


Ramp (van onze verslaggever) 1977

KONINGSBOSCH – De door een financiële ramp getroffen harmonie St.Caecilia uit Koningsbosch na het neerstorten van de feesttent zondagavond, zou het toejuichen dat er een actie op gang zou komen om de financiële nood te lenigen..Wij zouden erg blij zijn wanneer er een of andere hulpactie door verenigingen uit de hele gemeente Echt
opgezet zou worden.

Ons hoofd staat er op dit moment niet naar om iets dergelijks alleen optouw te zetten". aldus voorzitter G.Janssen van de Koningsbossche harmonie.
De verenigingskas is nu tot op de bodem leeg. "Het bestuur
zal zich er over beraden of wij nu nog wel in september op concours gaan in Holtum. Dat is door deze financiële strop tamelijk onzeker geworden", aldus Janssen,die suggesties voor een hulpactie gaarne inwacht, op zijn adres: Koestraat 54 in Koningsbosch. Voor wie nu al de financieel gedupeerde harmonie wil steunen volgt hier het banknummer: Rabobank Koningsbosch ..........
terwijl de Peyer fanfare (schade aan instrumentaria 10 mille)
terecht kan bij de Rabobank Pey nr.........
  
(Van onze verslaggever)
KONINGSBOSCH 1977
"Het mag een wonder heten, dat hier geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen". Voorzitter G. Janssen van harmonie St. Caecilia uit Koningsbosch is er nog beduusd van dat zijn vereniging zondagavond getroffen werd door een ramp.

De feesttent van 1000 m2 grootte met ruim 200 gasten stortte onder het geweld van een plotseling opgekomen noodweer in. Twee Koningsbosschenaren werden daarbij gewond. Hun toestand is redelijk tot goed: Diverse andere personen moesten zich' gisteren voornader onderzoek naar de dokter begeven. De financiële schade beloopt ruim een ton.
De Koningsbossche harmonie wilde aan het driedaags feest dat vrijdagavond begon in het kader van het derde lustrum van de Grenslandkapel en het 12,5 jarig bestaan van drumband Irene een stevig centje overhouden.

* Harmonieleden waren gistermorgen al in alle vroegte bezig met het opruimen van de neergestorte feesttent.



Mei 1971
REX GILDO, MALANDO EN JOHNWOODHOUSE in Koningsbosch 
Feestweek gouden harmonie.
Ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van harmonie St.Cecilia zijn Rex Gildo, Malando, het duo Lexis en Luoise, Beuno de Mesquita en John Woodhouse te gast in Koningsbosch in het feestpaviljoen aan de Kerkstraat.
Omdat het damescomité diverse acties heeft gehouden zoals kienen, oud ijzeraktie, een loterij en de harmonie aan diverse optochten heeft deelgenomen, oa in Aken en Keulen, is dit feest tot stand gekomen.
Te gast waren ook buuttereedner Harry Wolters en zangeres Irene Lardinois.

  


Graf Duitse soldaat
uit de krant van 1963
Koningsbosch  graf Duitse soldaat opgegraven

Vrijdagmorgen heeft de militaire opsporingsdienst be1angrijik werk In Koningsbosch verricht. Bij de familie Lambert Claessen op de Kerkstraat lag nl. het graf van een Duitse soldaat sinds 1945.

Op het herkenningsplaatje dat hij nog  bij zich droeg, bleek dat bij een zekere
Wilhelm Kemf was, geboren op 26 januari 1920 In Frankfurt am Main.
Het stoffelijke overschot is thans overgebracht naar de militaire  begraafplaats In IJsselstein bij Venray. Met hem moet ook nog een zekere Karl Grede gesneuveld zijn en een zekere Winkler. Ook hier heeft men naar gezocht echter zonder resultaat.
Daarom verzoekt de militaire opsporingsdienst eenieder die hierover informatie kan verstrekken zich In verbinding te stellen met de politie of met de begrafenisdienst van het Departement van Defensie.

Dank aan mevr.Ann Berger - Claassen voor dit artikel.
=====================
 

 

Kleurenafbeelding ingestuurd door Nol Claassen.



Op bezoek bij de bejaardenvereniging, uit de krant van zaterdag 22 juli 1961
Maas en Roerbode Intermezzo
KONINGSBOSCH, Arm gehucht werd welvarend kerkdorp..

"Ein dink zeg Ich uch: ein plezeeriger truupke es hiej höb g'r nog noeëts belaef....". Deze uitspraak noteren we uit de mond van een bejaarde Koningsbosscher op de jaarlijkse contactdag van de plaatselijke bejaardenvereniging. En we geloven hem meteen. Er heerst hier een sfeer zo gezellig en prettig, als men alleen aantreft bij tevreden mensen in feeststemming. "Ein plezeerig truupke..." - nee, een plezierige troep in de beste betekenis van het woord. De bejaardenvereniging van Koningsbosch telt maar even 118 leden. In tegenstelling tot vele andere plaatsen is de vereniging "gemengd", ook voor de dames is zij een gezellig trefcentrum.


Aan de koffietafel in het klooster, deze dag royaal bediend, en verwend door de zusters, zijn ze bij elkaar gaan zitten om eens gezellig te babbelen. Bij zo'n gelegenheid proeft men de hele Koningsbossche sfeer: de plaats van de ouderen In de gemeenschap en de goede relatie van deze gehele gemeenschap met het klooster, dat met zijn  hoog en uitgestrekt gebouwencomplex het beeld van het kerkdorp van alle kanten beheerst. "De Boesj", zoals men hier zegt,  ligt hoog. Met helder weer kan men het dorp - met de verrekijker dan - zien vanuit Valkenburg, vertelt men ons. Het is de zesde contactdag deelt  voorzitter J. van Kruchten van de bejaardenvereniging ons mede. In 1954 is ze door kapelaan de Bruyn opgericht.

Twee jaar later werd, onder kapelaan Goossens, de eerste contactdag gehouden, die inmiddels een jaarlijkse traditie is geworden. Overigens wordt er het gehele jaar door goed en prettig gewerkt: verjaardagen worden herdacht, leden in het ziekenhuis bezocht, kerstpakketten verzonden enz. enz. En dan is er de wekelijkse middag op de sociëteit, waar zich 's woensdags een man of 15-20 - "Dit moet nog groeien", aldus de voorzitter, amuseren met kaartspel, een glaasje en wat er verder aan gezelligheid gevonden kan worden. De leden betalen hun contributie, terwijl verder de mijnen en de gemeente Echt daadwerkelijk hun belangsteling voor de bejaarden en hun vereniging laten blijken. Dat zit allemaal wel goed.

De spreektaal heeft hier een zekere Duitse inslag, Koningsbosch ligt zo'n beetje in een uithoek aan de grens, al heeft de nieuwe weg naar het zuiden het dorp weer verder uit zijn isolement verlost. Ook de verbinding naar het noorden en westen is nu  uitstekend. maar eeuwen lang, heeft men het moeten doen met zandige en in de natte tijd, modderige wegen.
"Zo'n karresporen" wijst er één, ongeveer een meter van de grond.Verschillende Duitse dorpen liggen veel dichter bij dan het moederdorp Echt, waarmee de Boesj gemeentelijk en tot voor een kleine eeuw geleden ook kerkelijk verbonden was. De weg over de grens was korter en..., vaak bittere noodzaak.Als men met oudere mensen spreekt, komt bijna steeds het verschil tussen vroeger en nu ter sprake. Wellicht nergens heeft in de jaren vóór de eerste wereldoorlog zo'n bittere armoe geheerst als in de afgelegen gehuchten op de hoge gronden.

Koningsbosch kan er royaal van meespreken.
vorstelijk domein

Koningsbosch, Spaanshuiske- het gehucht dat iets verderop pal tegen de grens aan ligt geklemd-, merkwaardige namen met een historische prikkel. Men kan ze nog aanvullen met Pepijnsbrug en Prinsenbaan, om in de gehobene sfeer te blijven. Het verhaal van Pepijn de Korte, die op weg naar St. Odiliënberg met zijn wagen in het moeras vastraakte en aan de Echtenaren, als dank voor de daarbij verleende hulp, de uitgebreide Echterwald schonk, is overbekend.
Men heeft verband gelegd tussen deze hofmeier, die in feite als koning regeerde, en de naam Koningsbosch.
Dit verband is echter historisch veel jonger, zij het altijd nog eeuwen oud. De Tachtigjarige oorlog had voor de gemeente Echt niet onaanzienlijke financiële consequenties."Onder anderen werden alstoen verkocht 900 bunders van het Echterwald, ten gerieve van het Spaansch gouvernement, welke sinds uit dien hoofde Koningsbosch, heetten", deelt kapelaan M.G. Peeters in zijn geschiedkundige beschrijving van Echt (1867) mede.

Ad Welters een latere Echter historicus, geeft enige nadere bijzonderheden over dit gedeelte der gemeente, waarvoor de benamingen Echterbosch en Koningsbosch zo'n beetje door elkaar lopen.
Spaanshuiske geeft iets meer vastigheid, hier woonde de boswachter die door het Spaanse landsbestuur aangesteld was om de  koningsbossen te bewaken. In en om deze bossen heeft zich in de loop der eeuwen wel een en ander afgespeeld.
Zij mochten dan bezit zijn van de zeer katholieke Philips II, dit verhinderde niet dat aanhangers van de nieuwe gereformeerde religie hier hun hagenpreken kwamen houden.
En verder is er, tot aan de Franse tijd toe, veelvuldig getwist tussen de gemeente Echt en aan de andere kant van de Echterwald liggende dorpen om het vruchtgebruik: houtsprokkelen, weidegang etc. Van enige bewoning is eerst sprake in het midden van de 18e eeuw, wanneer "het nieuwe dorp oftewel Koningsbosch" vermeld wordt.

De geschiedenis van Koningsbosch als dorp en vrijwel tegelijk als kerkdorp begint in de vorige eeuw. Men kan ze nog uit de mond van sommige bejaarden, die hun eigen jeugdervaringen met de verhalen van vader of moeder zaliger combineren, optekenen.Leonard Stoffels (72 j.) b.v., in de wandeling Nairt van Nollese (zijn vader heette Nol), een verteller van klasse.


Nairt van Nollesse verhaalt ons Limburgs-realistisch, met hier en daar een vleugje humor dat een goed gevoel voor waarde en betrekkelijkheid impliceert, van de tijd, toen hier met de os de hei ontgonnen werd en de mensen van de Boesj bij al hun armoe het eerste kerkje bouwden.Dat moet een kleine honderd jaar geleden zijn geweest, toen eerst, met de Rijksweg als scheiding, Pey van de oude parochie Echt en kort daarna de hele oostkant - Echterbosch, het Kantoor,Koningsbosch en Spaanshuiske - van de nieuwe parochie Pey werd afgesplitst.

Hoe bouwen mensen, die geen geld hebben, een kerk? In de letterlijkste zin!

Ter plaatse bakte men de brikken. Maar voor dit werk heeft men kolen nodig. Voor die kolen schakelde men de beter gesitueerde boeren van de nabije Duitse dorpen (Saefelen, Waldfeucht, Bocket) In. "In Duitsland was het toen veel beter dan hier, De Boesj telde misschien een stuk of tien huizen en een of twee boeren, die een paard hadden. Die Duitse boeren haalden aan de mijn een vracht kolen, die ze bovendien zelf betaalden. De brikken werden buiten in de oven gebakken.


Mijn  grootvader heeft nog in Duitsland kolen vrachten voor de brikkenoven gehaald....".
En meteen komt er zo’n Limburgs detail tussen, over kolen halen met de kruiwagen aan de mijnen in Zuld-Limburg. Men laadde dan een "tien" - met een lange ie - oftewel 75 kilo.
Hoe lang de weg was, wordt er niet bij verteld - de wegwijzer aan de kerk geeft nu voor de nieuwe weg tot Brunssum 12 km aan - maar wel dat het een weg met de befaamde karresporen was, waarvoor 75 kilo met de kruiwagen hard gewerkt was.

Maar hoe gemoedelijk men over zo'n tochtje dacht, bewezen de twee Koningsbosschers, die voor een dergelijk karwei samen naar de mijn togen.De een kwam de ander aanroepen.

"Ik heb de koffie nog niet op", was de mededeling. "Geeft niet, we kunnen dadelijk koffie drinken, als we terug zijn:, repliceerde nummer één....

KRUIWAGEN (en hondskar) speelden In die dagen een grote rol in het vervoer. "We hebben eens een ambtenaar met de kruiwagen naar Echt verhuisd, en baggen (biggen) haalden we er mee, ver van huis”. Vader zaliger en de vader van Nelissen, gingen eens te voet naar Roermond, om biggen te kopen van iemand uit Swalmen. Het was een forse man; men noemde hem de burgemeester". ("Dat moet Hendrickx van Sleperhof zijn geweest",zegt een toehoorder tussendoor). Vader kocht het liefst bij die "burgemeester" omdat hij een schoon soort biggen had, zonder haar en met zwarte vlekjes, die men vandaag de dag niet meer zou willen, maar die zich "mildvoerden". Toevallig was de handelaar die dag niet op de biggenmarkt. Geen nood, de twee stapten door naar Swalmen, de zak onder de arm.

"Ik was nog niet van plan ze te verkopen", zei de "burgemeester", maar nu ge extra door gekomen zijt, kunt ge er ieder twee hebben". En zo kwamen ze terug, allebei twee biggen, een voor en een achter, in de zak over de schouder, in het midden een touwtje om de zak. Biggen van 7 franc - de franc stond toen 48 cent - per stuk. En nu wou ik hier op de Boesj wel eens iemand twee biggen te voet in Swalmen laten halen als hij daar honderd gulden mee kon verdienen...."

"In mijn jonge tijd", gaat Stoffels verder, heb ik op eens op één dag een stuk koren van 225 roeden, dat is een kleine halve hectaren gezicht (gemaaid), 's avonds stonden er 8 hopen, elk van tien garven. Toen werd me gevraagd om de volgende dag een koe en een stiertje mee naar Roermond te leiden. Te voet heen en terug. Om 4 uur 's morgens op stap.

Gemakshalve sliep ik maar bij de boer op de bank, met een kussen tegen de leuning. Het dagloon bedroeg een franc, maar de boer was blijkbaar zo tevreden over mijn werk dat ik een mark (60 cent) kreeg.Als men de biggen had, moesten ze gevoerd worden, een half vat meel kostte in Duitsland een daalder (3 mark). Dat meel werd dan met aardappelen ondereen gemengd. En heb maar geen nood, dat( wij later de koteletten van het varken aten. Wij kregen brood met wat fluitenkaas en stroop.
Zondags een snee mik. Mam sneed ze zorgzaam af en wie een dikke trof, die bofte. Als er ergens een varken geslacht werd, waren we van de partij. Om te kijken en.... wat mee te peuzelen.

Eén keer heb ik het zelf eens geprobeerd met een broer (ik had er zeven en twee 2 zusters). Vader werkte op het klooster. Moeder zat wol te spinnen. We hadden vrij spel.We loerden eens in het varkenshok, langs de "Brigittazegen" door, die men toen in elke stal zag hangen. "Zullen we het eens proberen als de slager?", vroeg ik.“Hou jij hem  vast", zei mijn broer. Ik snapte een big - een van die mooie kale - en klemde hem tussen de benen. Mijn broer gaf hem een flinke tik met een hamertje, waarmee we anders de kolen kapot sloegen. Even later gingen we kijken. Hij liep weer, maar alsof hij zat was.

Wij naar moeder: "Mooder, ei verke is neet good"."Wat zou dat zijn", zei moeder. "We hebben nooit iets aan de varkens gehad". Later kwam vader thuis van het werk. Hij was niet zo goedgelovig. Hij bekeek de biggen eens en zag er een met een askruisje voor de kop, van de kolenhamer….Höb geer 't verkske get gedaon?", vroeg hij. "Ich neet", zei ik verschrikt. ,.Ich höb 't waal vastgehawwe.... ". Jongens, Wat kregen we 'm gesmeerd. Als ik een jaar later een big hoorde schreeuwen, griezelde ik nog. . . . ".Vader Stoffels had de eerste opkomst van Koningsbosch meegemaakt. Hij wist nog dat de eerste 5-6 zusters arriveerden en met zijn broer had hij met de ploeg een aanwerk gemaakt voor het klooster. En toen hij in de twintiger jaren zijn gouden bruiloft vierde - hij heeft de diamanten nog gehaald en is 90 jaar geworden - spande het klooster paard en wagen aan om het gouden  paar naar de kerk en terug te brengen. En bij die gelegenheid heeft hij nog het verhaal gedaan van het  begin van het klooster".

Ja, die goeie ouwe tijd.... Koningsbosch was toen een arm miserabel dorpje, zegt Stoffels en zijn collega's van de bejaardenvereniging beamen het. Van alles hebben ze moeten aanpakken. Moeten vechten om een beetje mens te worden. De oorlog 1914-'18 bracht de eerste goede
kans: "Toen hebben we hier aan de grens allemaal gesmokkeld en dat hoeft men niet te biechten. . . ."  Tussen de twee oorlogen was het nog geen weelde. "Het is gebeurd dat we zestig gulden voor drie vette varkens beurden en veer moste wirke wie eine moelaizel. . .. Maar nu is er welvaart op de Boesj".

Wij hebben het gezien bij het binnenrijden. Keurige nieuwe huizen, verzorgde tuintjes, de mensen goed in de kleren. Net als overal elders. We vragen het Ome Lorens,

(Laurens Kentjens) . met zijn 92 jaar de oudste inwoner van Koningsboschen van de hele
gemeente Echt.Geboren en getogen op de Boesj, "Mie ne pap auch", zegt hij erbij om de verbondenheid te benadrukken. Ome Lorens Is nog helder van geest: zijn ogen staan pittig. Hij hoort nog goed, maakt levendige gebaren en drinkt elke dag zijn dröpke.

 

"Wat hebt u zoals gedaan vroeger?", zijn we benieuwd."vanalles, In de bos gewerkt, boer geweest, in Duitsland aan de brikken gestaan. In Duitsland kwamen de mensen van Koningsbosch elkaar ver van huis soms tegen. Ik stond eens in de kerk in Styrum, dat ligt achter Essen. (Van Limburg naar Styrum, denken we met de naam van een bekend adellijk geslacht In ons achterhoofd). En daar in de kerk stond ik te kijken naar een man en ik dacht: dat is nou precies Pol Sjoester WulIem. (Die heette Willem Nelissen en zijn vader, Pol. was schoenmaker".verklaart hij ons nader). "En laat het hem nog zijn ook! Toen ik na de Mis buiten stond, komt Pol Sjoester Wullem op mij af en zegt: ..Verd....,waat duis toe hie... ?"







 


Uit de krant van 15 december 1994. (met dank aan  Mia Tholen)

Door Frans Smits Echt.
Van Normandië tot Echt

Het gezin van Andreas Tholen woonde in Koningsbosch, dicht bij de Duitse grens. In september toen de Duitsers de dorpen in de grensstreek (Selfkant) evacueerden gaf hij onderdak aan 36 Duitse familieleden en kennissen,waaronder ook twee Duitse deserteurs. Op 7 november evacueert men naar Montfort.
Op het laatste moment voegt zich hierbij ook nog een Joods echtpaar, een zekere Memler, voordien ondergedoken in het klooster in Koningsbosch. Andreas Tholen, zijn vrouw, zijn zoon Arnold en verloofde kregen onderdak bij kapelaan Hermkens. Deze was begin 1944 al eens door de Sipo in Maastricht verhoord wegens vermeende hulp aan onderduikers. Dit verhoor had toen geen gevolgen en Hermkens keerde terug naar Montfort.

De andere gezinsleden van Tholen trokken in bij Naad Kurstjens, waar ook het vee gestald werd. Hermkens had contacten met een Duitse Feldwebel Cox, die ingekwartierd was in Pey. Deze liet doorschemeren, dat hij anti-nazi was. In deze gesprekken is waarschijnlijk ook gesproken over ontsnappen naar bevrijd gebied. Cox liet doorschemeren, dat voor hulp bij 'line-crossing' geld op tafel moest komen, Andreas Tholen was bereid te betalen.

De families Tholen, Hermans, Gielen, het echtpaar Memler, de 2 deserteurs, een familie Mestrom uit Maasbracht, Bair Goertz en Wiel Storken (de latere gemeentesecretaris van Echt) zouden als 'gevangenen' door de linies bij Susteren worden geloodst. Wiel Storken was als evacué op de boerderij van Klim Goertz, in de nabijheid van Montfort. Bair en Wiel hadden zich al eerder bij een ontsnapping willen aansluiten, maar vader Klim Goertz had bezwaren gemaakt. Aangezien kapelaan Hermkens vaker op de boerderij kwam, had hij van de plannen gehoord. Hij vertelde, dat er binnenkort weer een groep een poging zou wagen. De twee, Bair en Wiel, konden zich daar bij aansluiten.
De voorbereidingen werden getroffen. Rugzakken gemaakt voor de noodzakelijkste dingen.  In de namiddag van 16 december vertrokken ze met tussenpozen van enkele minuten om niet op te vallen. Verzamelpunt was op de Heerdstraat te St.Joost bij de familie Linssen. Ze waren met zijn dertigen. Om 11 uur in de avond moesten ze zich melden op de Rijksweg bij garage René Smeets. Vader Tholen moest herkenbaar zijn aan een witte rugzak. Om 10 uur ging men op weg via een veldweggetje. Vader Mestrom struikelde en kon moeilijk weer lopen. Met vrouw en twee kinderen is hij teruggekeerd.

Feldwebel Cox was op zijn post. Ze werden in een rij gezeten marcheerden af in de richting van Susteren. Onderweg merken ze dat ze gevolgd worden door een Duitse soldaat per fiets. Toen ze ter hoogte kwamen van café Ehrens (thans De Pauw) loste Cox twee schoten; van alle kanten stormden soldaten toe en werden de vluchtelingen omsingeld. Ze werden naar de Landbouwschool in Pey gebracht (nu (1994) Educatief Instituut). Ter plaatse werden ze gefouilleerd.

Een officier begon met een verhoor. Hij had verwacht, dat ook kapelaan Hermkens zich bij het gezelschap bevond. Hij bulderde hen toe, dat ze verraders waren, die naar de Amerikanen wilden overlopen. Door een schuifdeur stapte Feldwebel Cox de kamer binnen met een grijnslach op zijn gezicht. Ze wisten nu dat ze verraden waren. De officier had voorbeschreven vellen met de aanklacht. Ze waren dagen tevoren opgesteld. Na de ondervraging werden ze onder geleide van drie soldaten diep in de nacht te voet naar Waldfeucht afgevoerd. Ongeveer 5 kilometer op weg, aan de boerderij van Pijls, sprongen Bair Goertz en Jochem Tholen uit de groep en vluchtten de velden in. Bij café Janssen aan de Waldfeuchterbaan wist Jos Tholen te ontkomen. Een paar honderd meter verder stonden enkele militaire vrachtwagens. Wiel Storken sprong hiertussen en wist ook te ontkomen. Er is op de vluchtelingen geschoten. maar door de duisternis was het vuur niet gericht. Bair Goertz is onmiddellijk naar huis gerend, 5 kilometer weg. Daar heeft hij vroedvrouw Van de Sterre uit Linne, die bij hen geëvacueerd was en zich ongestoord op weg kon begeven, gevraagd om kapelaan Hermkens en Rector Hendrix uit Brachterbeek, die ook bij de kapelaan onderdak had, te waarschuwen.
Het was tè.. laat, de kapelaan en de rector waren reeds gearresteerd. Het huis was onderzocht en er waren goederen in beslag genomen. Bair Goertz en Wiel Storken zijn toen ondergedoken op de boerderij van Reijnders in de Peel. De overblijvende gevangen zijn naar Waldfeucht gebracht. Via werkkampen in Hückelhoven en Wassenberg en de beruchte gevangenis Klingelpötz in Keulen kwamen ze gescheiden terecht in Bergen-Belsen, Buchenwald, Ravensbrück en Ludenscheid.

Enkelen hebben het na veel ontberingen en vreselijke mishandelingen overleefd.
Niet terug keerden: Andreas Tholen, zijn vrouw Maria Tholen- Jochems, hun kinderen Heinz en Annelies; Christiaan Gielen, Maria Tholen, Leonard Hermans, diens vrouw Helena Hermans-Jochems en hun kinderen Catherina, Maria en Willie; Andreas Hermans, Arnold Jochems, Catherina Jochems, Catherina Derhage, Jozef Tholen en het joodse echtpaar Memler .

Kapelaan Hermkens en Redor Hendrix kwamen om in Buchenwald.

In de avond van 17 december zagen de inwoners van Montfort, hoe de veestapel van de familie Tholen door S.A. troepen naar de Duitse grens werd gedreven.. .

Bron: Een interview met Arnold Tholen door Sjeng Mestrom, Montfort
Gedenkboek: Montfort, Bezet, Verwoest en Bevrijd, Roermond, 1985

 


uit de oude krant en oude doos van toen...
met dank aan Tiny Geilen voor het beschikbaar stellen van  oude kranten uit 1947 en 1948






 






 



 


Johan terug uit Siberië
April 1969

 
klik hier voor de volledige tekst


 

Ingezonden door Math Cuijpers

 


Advertenties uit de tijd van toen.
met dank aan Tiny Geilen voor het beschikbaar stellen van  oude kranten uit 1947 en 1948

 

 

 


 



contact